ECLI:NL:GHARL:2025:3146

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
22 mei 2025
Zaaknummer
Wahv 200.346.201/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden ondanks beroep op overmacht

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 7 september 2022 in Den Helder. De kantonrechter matigde de sanctie vanwege een schending van de hoorplicht tot € 262,50. De betrokkene voerde aan dat zij de telefoon alleen vasthield om een gevaarlijke situatie te voorkomen nadat deze uit haar tas was gevallen.

Het hof oordeelt dat het vasthouden van de telefoon vaststaat, maar het beroep op overmacht faalt omdat de betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet anders kon handelen. Het is van een bestuurder te verwachten dat de telefoon zodanig wordt opgeborgen dat deze niet kan vallen. Ook had zij het voertuig kunnen stoppen om de telefoon op te rapen.

Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De sanctie blijft gehandhaafd op € 262,50.

Uitkomst: De sanctie van € 262,50 voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt bevestigd en het beroep op overmacht wordt verworpen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.346.201/01
CJIB-nummer
: 252228373
Uitspraak d.d.
: 22 mei 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 23 augustus 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 262,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 437,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 september 2022 om 13:15 uur op de Parallelweg in Den Helder met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 262,50, omdat de hoorplicht is geschonden.
3. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene heeft verzocht om matiging van de sanctie gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht. De kantonrechter is niet op dit verzoek ingegaan. De betrokkene wilde een gevaarlijke situatie voorkomen. De mobiele telefoon van de betrokkene was uit haar tas op de grond gevallen en zij heeft deze opgeraapt om te voorkomen dat deze onder de pedalen terecht kwam. De gedraging was dus niet gericht op het gebruik van de telefoon maar op het creëren van een veilige situatie. Het oprapen van een telefoon is niet wezenlijk anders dan het oprapen van bijvoorbeeld een flesje water.
4. De betrokkene ontkent niet dat zij tijdens het rijden haar mobiele telefoon heeft vastgehouden. Dat de gedraging is verricht, staat daarom vast. Gelet op wat is aangevoerd dient het hof te beoordelen of er redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. Het hof begrijpt hetgeen namens de betrokkene is aangevoerd als een beroep op overmacht. Een beroep op overmacht kan slagen als feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk wordt dat de betrokkene onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan.
5. De betrokkene is er niet in geslaagd dergelijke feiten en omstandigheden aannemelijk te maken. Het is verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Van een bestuurder die er, zoals de betrokkene, voor kiest om een mobiele telefoon mee te nemen in de auto, mag worden verwacht dat zij de telefoon zo bevestigt of opbergt dat deze tijdens het rijden niet voor gevaarlijke situaties kan zorgen. Het vallen van een telefoon is daarmee een omstandigheid waarvan de gevolgen voor de betrokkene dienen te blijven. Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat de betrokkene niet haar voertuig tot stilstand had kunnen brengen op een plaats waar dat is toegestaan, om vervolgens haar telefoon op te rapen. Niet aannemelijk is geworden dat sprake was van overmacht. Van redenen een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie (verder) te matigen is daarom niet gebleken.
6. Het hof stelt wel vast dat de kantonrechter in zijn beslissing niet is ingegaan op deze grond. Dit motiveringsgebrek leent zich voor bevestiging van de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden.
7. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.