Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de moeder](de moeder),
1.Onderwerp
,geboren [in] 2015.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige centraal. De ouders hebben gezamenlijk gezag, maar de minderjarige woont grotendeels bij de vader. Na eerdere ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen is de situatie complex met meerdere betrokken hulpverleners. De gecertificeerde instelling (GI) werkt aan verbetering, maar de ontwikkelingsbedreigingen zijn nog niet opgeheven.
De vader is het niet eens met de verlenging en gaat in hoger beroep. Hij stelt dat de rust is teruggekeerd en dat vrijwillige hulpverlening volstaat. Ook klaagt hij over procedurele tekortkomingen. Het hof oordeelt echter dat de vader voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn standpunten naar voren te brengen en dat de procedure adequaat is verlopen.
Het hof neemt de motivering van de kinderrechter over en voegt toe dat de GI nog steeds regie moet voeren vanwege de complexe problematiek en het ontbreken van effectieve samenwerking tussen ouders. Vrijwillige hulpverlening is op dit moment niet realistisch. Het hof bekrachtigt daarom de verlenging van de ondertoezichtstelling tot 12 januari 2026 en wijst het beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling tot 12 januari 2026 en wijst het hoger beroep van de vader af.