Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
De procedure in hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland die machtigingen tot uithuisplaatsing van haar drie minderjarige kinderen hadden verleend. De moeder verzocht vernietiging van deze beschikkingen en een deskundigenonderzoek ex artikel 810a lid 2 Rv.
De kinderen staan sinds 2021 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI) en zijn sinds eind 2024 uit huis geplaatst in gezinshuizen. De rechtbank oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen en voor diagnostisch onderzoek. Het hof onderschrijft deze overwegingen en benadrukt dat ondanks langdurige en intensieve hulpverlening sinds 2016 geen verbetering is opgetreden. De moeder kon onvoldoende regie voeren en structuur bieden, waardoor de kinderen ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd.
Het hof constateert dat de uithuisplaatsing rust en stabiliteit heeft gebracht, essentieel voor de ontwikkeling van de kinderen en het noodzakelijke diagnostisch onderzoek. Het verzoek van de moeder tot contra-expertise wordt afgewezen omdat het perspectief van de kinderen niet aan het hof voorligt. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikkingen en wijst de overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtigingen tot uithuisplaatsing van de kinderen en wijst het beroep van de moeder af.