ECLI:NL:GHARL:2025:3291
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging voorlopige zorgregeling co-ouderschap ondanks zorgen over veiligheid kinderen
De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over drie minderjarige kinderen die bij de moeder wonen. Na conflicten en meldingen bij Veilig Thuis is de omgang tussen de vader en de kinderen beperkt en onder begeleiding opgebouwd. De vader vordert de hervatting van de co-ouderschapsregeling, terwijl de moeder dit betwist vanwege zorgen over de veiligheid van de kinderen bij de vader.
De voorzieningenrechter stelde een voorlopige minimumregeling vast, waarbij de kinderen de ene week bij de vader verblijven en de andere week bij de moeder, met wisselmomenten op vrijdag. De moeder bracht de omgang met twee kinderen terug tot losse contactmomenten zonder overnachting uit vrees voor hun veiligheid. De vader betwist de aantijgingen en stelt dat de regeling goed verloopt.
Het hof onderschrijft de voorlopige regeling en ziet geen zwaarwegende omstandigheden die nakoming ervan verhinderen. De zorgen van de moeder zijn onvoldoende onderbouwd en lijken mede voort te komen uit de gespannen relatie tussen de ouders en de loyaliteit van de kinderen. Het hof benadrukt het belang van contact met beide ouders en wijst het verzoek tot schorsing van het vonnis af.
De dwangsom bij niet-nakoming blijft gehandhaafd. Het hof dringt aan op verbetering van de communicatie tussen ouders en het onderzoeken van contactherstel met de oudste minderjarige. De uitspraak bevestigt het belang van continuïteit in het contact en de rol van de raad voor de kinderbescherming in het verdere onderzoek.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de voorlopige zorgregeling en wijst het verzoek tot schorsing af.