Uitspraak
Procesgang
Beoordeling van het verzoek
€ 340,00 +
BESLISSING
€ 848,20 (achthonderdachtenveertig euro en twintig cent).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant verzocht de rechtbank om vergoeding van kosten rechtsbijstand, reiskosten en gederfde inkomsten in een strafzaak die werd geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank kende een vergoeding toe voor rechtsbijstand en een forfaitaire vergoeding voor het verzoek, maar wees de overige kosten af. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof behandelde het hoger beroep in raadkamer en overwoog dat op grond van artikel 530 Sv Pro vergoeding voor kosten rechtsbijstand en de kosten van indiening en behandeling van het verzoekschrift toekendbaar zijn indien gronden van billijkheid aanwezig zijn. Het hof achtte deze gronden aanwezig voor de kosten rechtsbijstand en kende deze toe. Vergoeding van reiskosten en gederfde inkomsten werd afgewezen omdat deze niet direct verband hielden met tijdsverzuim door vervolging en onderzoek ter terechtzitting.
Het hof volgde vaste jurisprudentie dat reiskosten naar het politiebureau niet vergoed worden en dat het Wetboek van Strafvordering geen grondslag biedt voor vergoeding van gederfde inkomsten in deze situatie. Ook een eerdere afwijkende uitspraak van de rechtbank Noord-Holland werd niet gevolgd. De vergoeding voor kosten behandeling verzoekschrift in hoger beroep werd afgewezen omdat appellant door zijn advocaat werd bijgestaan en duidelijk was dat deze kosten niet toewijsbaar waren.
De beslissing van de rechtbank werd vernietigd en het hof kende een vergoeding van € 848,20 toe, bestaande uit € 508,20 voor rechtsbijstand en € 340 voor de kosten van het verzoek. Het overige werd afgewezen. De griffier werd bevolen het bedrag aan appellant over te maken.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van € 848,20 toe voor kosten rechtsbijstand en behandeling verzoekschrift, wijst overige vergoedingen af.