Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- veroordeling van de verdachte ter zake van de aan hem tenlastegelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
- onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen.
Het vonnis waarvan beroep
- de verdachte ter zake van de aan hem tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest;
- de vordering van de benadeelde partij volledig toegewezen tot een bedrag van € 610,58, vermeerderd met de wettelijke rente;
- de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Oplegging van straf
Oplegging van de schadevergoedingsmaatregel
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.