De zaak betreft een hoger beroep tegen de verlenging van machtigingen tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [de minderjarige1] en [de minderjarige2]. De moeder is alleen belast met het gezag, terwijl een gecertificeerde instelling (GI) de uithuisplaatsing ondersteunt. De moeder erkent haar beperkingen en heeft positieve stappen gezet, zoals het afsluiten van sociale media en het maken van veiligheidsafspraken.
De GI stelt dat de kinderen een trauma-sensitieve opvoeding nodig hebben die de moeder niet kan bieden vanwege haar IQ van 55 en een patroon van toxische relaties. De GI benadrukt dat de moeder onvoldoende beschikbaar is en afspraken niet nakomt. Het hof onderschrijft de noodzaak van verlenging van de machtigingen tot uithuisplaatsing, ondanks erkenning van de positieve ontwikkelingen bij de moeder.
Het hof overweegt dat het perspectiefbesluit, dat inhoudt dat terugplaatsing bij de moeder niet mogelijk is, niet inhoudelijk wordt getoetst in deze procedure. Dit dient in een aparte procedure tot beëindiging van het gezag te gebeuren. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.