ECLI:NL:GHARL:2025:3502
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling minderjarige na succesvolle statusvoorlichting
In deze zaak stond de ondertoezichtstelling van een minderjarige centraal, die door de kinderrechter was uitgesproken vanwege een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De minderjarige had geen statusvoorlichting gekregen over zijn afstamming, wat de voornaamste bedreiging vormde.
De vader had een verzoek ingediend voor statusvoorlichting, hulpverlening en een contactregeling, waarop de raad voor de kinderbescherming een ondertoezichtstelling had gevraagd. De kinderrechter stelde de ondertoezichtstelling in van januari 2025 tot januari 2026.
In hoger beroep stelde de moeder zich op het standpunt dat de ondertoezichtstelling moest worden beëindigd. Het hof oordeelde dat de statusvoorlichting inmiddels had plaatsgevonden en dat de minderjarige hier goed op had gereageerd, waardoor de ontwikkelingsbedreiging was weggenomen. De minderjarige gaf aan momenteel geen omgang met de vader te willen, maar sluit dit in de toekomst niet uit.
De raad wilde de ondertoezichtstelling voortzetten om samenwerking tussen ouders te onderzoeken, maar de gecertificeerde instelling kon geen passende hulpverlening bieden. Het hof vond dat ondertoezichtstelling daarvoor onvoldoende toegevoegde waarde heeft en besloot de ondertoezichtstelling per direct te beëindigen, waarbij het verzoek van de raad werd afgewezen voor de periode vanaf het vonnis.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt per direct beëindigd omdat de ontwikkelingsbedreiging is weggenomen.