Uitspraak
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de kinderrechter
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift
- het verweerschrift van de GI
- de vader met zijn advocaat
- twee vertegenwoordigers van de GI
- de moeder
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kinderrechter heeft op 6 januari 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen in een pleeggezin verlengd tot 28 juni 2025. De vader ging in hoger beroep tegen deze beslissing en stelde dat onderzoek naar terugplaatsing bij hem met ondersteuning moest plaatsvinden, omdat hij openstond voor hulpverlening en samenwerking. De gecertificeerde instelling (GI) stelde echter dat de vader niet samenwerkte, zich dreigend en respectloos gedroeg en daardoor geen perspectiefonderzoek mogelijk was.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en tijdens de zitting op 20 mei 2025 vastgesteld dat de vader geen zichtbare verbetering in zijn houding vertoonde en geen samenwerking met de GI wilde aangaan. Ook het contact tussen de ouders is nog steeds gespannen, ondanks de stelling van de vader dat de situatie rustig is. De kinderen kampen met hechtingsproblematiek en trauma’s, waarvoor intensieve ondersteuning nodig is.
Het hof concludeert dat voortzetting van de uithuisplaatsing noodzakelijk is, omdat zonder samenwerking van de vader geen adequate hulpverlening kan worden geboden. Contactherstel tussen vader en kinderen moet eerst plaatsvinden en vereist eveneens samenwerking met de GI. Daarom wordt de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd en blijft de machtiging tot uithuisplaatsing van kracht tot 28 juni 2025.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen wordt verlengd tot 28 juni 2025.