Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:3546

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 juni 2025
Publicatiedatum
10 juni 2025
Zaaknummer
200.355.293
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 517 SvArt. 6 EVRMArt. 14 IVBPR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning raadsheer wegens mogelijke vooringenomenheid

In deze zaak heeft raadsheer Biemond verzocht zich te mogen verschonen van de behandeling van meerdere strafzaken vanwege een mogelijke belangenverstrengeling. Tijdens de voorbereiding bleek dat een getuige in de strafzaken bevriend is met een vriendin van de raadsheer en dat zij recent samen in een auto zaten. Dit leidde tot de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid mogelijk geschaad zou kunnen worden.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het verschoningsprotocol en relevante wetgeving, waaronder artikel 517 Sv Pro en internationale verdragen die onpartijdigheid waarborgen. Gelet op de toegankelijke informatie over de betrokken raadsheer en de omstandigheden van het contact met de getuige, oordeelde de kamer dat de vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is.

Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen, waarmee de raadsheer zich niet langer zal bezighouden met de behandeling van deze strafzaken. De beslissing werd op 10 juni 2025 uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van raadsheer Biemond is toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van rechterlijke onpartijdigheid.

Uitspraak

Parketnummers: 21-004074-19, 21-004075-19, 21-004129-19, 21-004132-19 en
21-004133-19
Zaaksnummer: 200.355.293
Uitspraakdatum: 10 juni 2025
Beslissingvan de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken (hierna: verschoningskamer)
op het verzoek zich te mogen verschonen, gedaan door
mr. H.J.T. Biemond(hierna: verzoeker),
raadsheer (plaatsvervanger) in dit gerechtshof.

1.De procedure

Bij de strafkamer van dit hof zijn aanhangig de strafzaken tegen de verdachten [verdachte 1] (parketnummers 21-004074-19 en 21-004075-19), [verdachte 2] (parketnummer 21-004129-19) en [verdachte 3] (parketnummers 21-004132-19 en 21-004133-19).
Bij e-mail van 3 juni 2025 heeft verzoeker verzocht zich in deze procedure te mogen verschonen.
De verschoningskamer is van oordeel dat een mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek niet noodzakelijk is.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

In het verschoningsprotocol van dit hof van 9 juni 2021 is vastgelegd in welke gevallen een verschoningsverzoek kan worden ingediend. In dat protocol is de volgende bepaling opgenomen:
Het gaat in dit protocol om die gevallen waarin de raadsheer (rechter), nadat zijn naam aan partijen bekend is gemaakt, ontdekt dat hij vanwege het bestaan van (de objectief gerechtvaardigde vrees voor) vooringenomenheid niet vrij is de zaak te behandelen en een verschoningsverzoek indient. Een raadsheer (rechter) kan verschoning van de (verdere) behandeling en beslissing van een concrete zaak verzoeken als er hem betreffende feiten of omstandigheden zijn waardoor zijn rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dit protocol ziet niet op het geval dat de raadsheer (rechter) de zaak vanwege dergelijke feiten en omstandigheden niet kan behandelen, maar waarin nog geen verplichting bestaat tot het indienen van een verschoningsverzoek, omdat de naam van de rechter nog niet, aan partijen bekend is gemaakt.
Uit de stukken blijkt dat op 3 juni 2025 namens de voorzitter van de strafkamer van het hof aan partijen is bericht dat één van de raadsheren niet vrij staat de zaak te behandelen en dat deze zich om die reden wil verschonen. De zitting voor genoemde strafzaken stond gepland op 4 juni 2025. De namen van de verschillende raadsheren die op deze terechtzitting zitting hebben vormen voor het publiek toegankelijke informatie.
De verschoningskamer is van oordeel dat, gelet op het namens de voorzitter verstuurde bericht en de toegankelijke informatie van de namen van de (overige) raadsheren, de naam van verzoeker aan de partijen genoegzaam bekend is geworden. Het verzoek tot verschoning kan worden ontvangen.
Het hof acht het verzoek tijdig gedaan en ook overigens ontvankelijk.

3.Beoordeling van het verschoningsverzoek

Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd. Verzoeker bleek bij de voorbereiding van genoemde strafzaken dat een van de getuigen gehoord in die zaken bevriend is met een vriendin van verzoeker en dat hij met deze getuige op maandag 2 juni 2025 samen in een auto heeft gezeten. Verzoeker concludeert dat deze getuige onderdeel is van zijn netwerk, met als mogelijk gevolg dat bij partijen de objectief gerechtvaardigde vrees zou kunnen bestaan dat de rechterlijke onpartijdigheid mogelijk schade zou kunnen lijden.
De verschoningskamer overweegt het volgende. Op grond van artikel 517 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Vooropgesteld wordt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 14, eerste lid, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.4
Op grond van hetgeen door verzoeker is aangevoerd is naar het oordeel van de verschoningskamer ten aanzien van partijen de vrees dat verzoeker jegens een partij een vooringenomenheid koestert, objectief gerechtvaardigd. Er is dan ook sprake van een gerechtvaardigde grond voor het verschoningsverzoek, zodat het verzoek zal worden toegewezen.
BESLISSING
Het hof:
Wijst het door mr. Biemond gedane verzoek tot verschoning toe.
Aldus gewezen door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mrs. M.L. van der Bel en mr. M.G.J.M. van Kempen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,
en op 10 juni 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.