ECLI:NL:GHARL:2025:3547
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens verjaring bij valsheid in geschrifte en overtreding sociale verzekeringswet
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor twee gevallen van valsheid in geschrifte en een opzettelijke schending van artikel 10 lid 1 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen (Csv). De feiten waren zeer oud en betroffen misdrijven met een maximale gevangenisstraf tussen drie en acht jaren.
Het hof heeft vastgesteld dat het recht tot strafvordering voor deze feiten vervalt door verjaring na twaalf jaren, ingaande op de dag na het gepleegde feit of de dag na het gebruik van de valsheid. Het vonnis van de rechtbank was gewezen op 22 juni 2000, maar pas op 26 februari 2024 aan de verdachte betekend. Er zijn geen handelingen verricht die de verjaring hebben gestuit.
Daarom verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging van de drie ten laste gelegde feiten. Het eerdere vonnis wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht door deze niet-ontvankelijkheid uit te spreken.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de vervolging.