Het huwelijk van partijen werd in 2017 ontbonden en zij zijn gezamenlijk belast met het gezag over drie minderjarige kinderen die bij de vrouw verblijven. In het ouderschapsplan is een alimentatiebedrag van €416 per maand vastgesteld, dat later door de rechtbank werd verhoogd naar €500 per kind per maand met ingang van 6 mei 2024.
De man kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en stelde dat hij onvoldoende draagkracht heeft om deze bijdrage te betalen, mede vanwege het wegvallen van zijn inkomen als ZZP'er per 1 januari 2025. De vrouw kwam in incidenteel hoger beroep en verzocht om een eerdere ingangsdatum van 28 maart 2024.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende financiële gegevens had overgelegd om zijn draagkrachtverweer te onderbouwen. De ingangsdatum van de alimentatie werd gewijzigd naar 28 maart 2024, omdat de man vanaf die datum rekening had kunnen houden met de gewijzigde bijdrage. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.