Uitspraak
advocaat: mr. J.A.N. Lap
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de rechtbank
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift
- het verweerschrift van de GI
- de moeder met haar advocaat
- een vertegenwoordiger van de raad
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechtbank Gelderland had het gezag van de moeder over haar minderjarige kind beëindigd op verzoek van de raad voor de kinderbescherming. De moeder ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De minderjarige stond sinds 2019 onder toezicht en was tijdelijk uit huis geplaatst, maar woont sinds juli 2024 weer bij de moeder.
Tijdens de zitting op 6 mei 2025 gaf de minderjarige aan wat hij van de situatie vindt. Het hof concludeert dat de situatie rondom het kind het afgelopen jaar aanzienlijk is verbeterd: het kind woont weer bij de moeder, houdt zich aan regels, gaat niet meer om met verkeerde vrienden, heeft geen contact meer met politie, en gaat weer naar school. De moeder pakt de opvoeding en verzorging goed op.
De gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming onderschrijven dat het perspectief van het kind bij de moeder ligt. Het hof oordeelt dat het belang van het kind is gediend met het behoud van het gezag bij de moeder en vernietigt de eerdere beschikking van de rechtbank. De ondertoezichtstelling blijft echter van kracht tot oktober 2025.
De beschikking van het hof verklaart het verzoek tot beëindiging van het gezag afwijzend en uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder af.