De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd voor parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart. De gedraging vond plaats op 26 januari 2023 in Eindhoven. De betrokkene ontkende het parkeren en stelde dat hij slechts stil stond om tegenliggers te laten passeren en wilde keren.
Het zaakoverzicht vermeldde dat het voertuig ongeveer vijf minuten stil stond zonder activiteit, wat niet valt onder onmiddellijk in- of uitstappen of laden/lossen. De verklaring van een vrouw die instapte werd betrokken bij de vaststelling, ondanks dat zij niet was staandegehouden en geen cautie had gekregen, omdat dit volgens vaste jurisprudentie is toegestaan voor passagiers.
Het hof oordeelde dat de betrokkene daadwerkelijk parkeerde conform de definitie in het RVV 1990, omdat het voertuig langdurig stil stond zonder directe activiteit. De stelling van de betrokkene werd verworpen. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.