ECLI:NL:GHARL:2025:3754
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing beschermingsbewind wegens onvoldoende inzicht in financiën
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek tot opheffing van beschermingsbewind over de goederen van de rechthebbende. Het bewind was ingesteld vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand die haar belemmerde haar vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen.
De rechthebbende betoogde dat het bewind niet langer nodig is omdat zij haar handicap heeft geaccepteerd, haar zaken op orde heeft en geen schulden heeft. Zij stelde dat zij ondersteuning in een vrijwillig kader kan ontvangen. De bewindvoerder stelde daartegenover dat de situatie niet wezenlijk is gewijzigd en dat de rechthebbende onvoldoende zelfredzaam is gebleken.
Het hof concludeerde dat de rechthebbende onvoldoende heeft aangetoond dat de noodzaak voor het bewind is komen te vervallen. Zij heeft geen medische onderbouwing geleverd en vertoont gedrag dat wijst op gebrek aan financieel inzicht, zoals het regelmatig verzoeken om extra geld en het lenen van geld zonder overleg. De wens tot vrijwillige hulp verandert hieraan niets, omdat dan nog steeds voldoende inzicht en overzicht vereist is.
Daarom werd het verzoek tot opheffing afgewezen en de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het beschermingsbewind wordt afgewezen en het bewind blijft van kracht.