Verdachte is in hoger beroep veroordeeld voor mishandeling van zijn echtgenote en stiefzoon, waarbij het hof de gevangenisstraf van 102 dagen bevestigt met aftrek van voorarrest. Daarnaast legt het hof een vrijheidsbeperkende maatregel op in de vorm van een locatieverbod voor de straat van de slachtoffers voor drie jaar, en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel.
Het hof baseert zijn oordeel op het bewezenverklaarde huiselijk geweld, de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en een lichte cannabisstoornis. Verdachte heeft een strafblad met eerdere geweldsdelicten en pleegde de feiten tijdens een proeftijd. De psycholoog adviseert een forensische behandeling vanwege het hoge risico op recidive.
De vrijheidsbeperkende maatregel wordt ondanks de wens van verdachte en slachtoffer om het gezin te laten samenwonen voortgezet vanwege het hoge risico op nieuwe geweldsdelicten. Het hof wijst het verzoek van de advocaat-generaal tot aanhouding af en beveelt de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf wegens overtredingen en recidive. De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling wordt afgewezen.