ECLI:NL:GHARL:2025:3905
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging vonnis bestuursgeschil Islamitische Vereniging
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank waarin is vastgesteld dat hij geen bestuurder meer is van de Islamitische Vereniging te [woonplaats1]. Tevens is hij veroordeeld om de financiële administratie af te geven en verboden zich als bestuurder te presenteren, met dwangsommen bij overtreding.
Appellant verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis totdat het hoger beroep is beslist, stellende dat de ALV van 7 juli 2024 niet rechtsgeldig was bijeengeroepen en dat de bestuurswissel op 21 januari 2024 had plaatsgevonden. Hij betoogde dat de rechtbank kennelijke feitelijke en juridische misslagen had gemaakt en dat de situatie binnen de Vereniging door het vonnis is verslechterd.
Het hof oordeelt dat er geen kennelijke misslag is en dat de rechtbank de stellingen van appellant heeft meegewogen. De beoordeling van de bestuursstatus en de gevolgen van de ALV van 7 juli 2024 behoren tot de hoofdzaak. Het belang van appellant bij schorsing weegt niet zwaarder dan het belang van geïntimeerden bij onmiddellijke uitvoering, mede omdat de rust binnen de Vereniging is teruggekeerd en dwangsommen niet worden geïncasseerd.
Het hof wijst de schorsingsvordering af en veroordeelt appellant in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt voortgezet in de huidige stand en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging af en veroordeelt appellant in de proceskosten van het incident.