Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden en de vaststelling van partneralimentatie centraal. De vrouw en man waren gewezen echtgenoten die in hoger beroep waren gegaan tegen een eerdere beschikking van de rechtbank Midden-Nederland. Het hof heeft de draagkrachtberekening herzien, waarbij onder meer rekening werd gehouden met premies voor oudedagsvoorzieningen die de vrouw betaalt, en de inkomenssituatie van de man na het overlijden van zijn moeder die mede-eigenaar was van een vennootschap onder firma.
De man stelde diverse posten aan kosten en lasten voor zijn draagkrachtvergelijking voor, zoals huur, hypotheeklasten, ziektekosten en premies, waarvan het hof slechts enkele in de berekening heeft betrokken. De man had onvoldoende onderbouwing geleverd voor de meeste posten, zoals huurkosten en niet-vergoede ziektekosten. De rechtbank had eerder een hogere alimentatie vastgesteld, maar het hof heeft deze met ingang van 15 mei 2023 verlaagd naar €6.163 bruto per maand, met indexeringen in 2024 en 2025.
Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat de man het te veel ontvangen alimentatiebedrag van €69.485 aan de vrouw moet terugbetalen, mede omdat hij recht heeft op een bedrag uit de verdeling van het gezamenlijke vermogen. De beschikking van de rechtbank is voor het overige bekrachtigd en de proceskosten zijn gecompenseerd.
Uitkomst: De partneralimentatie is verlaagd vanaf 15 mei 2023 en de man moet het te veel ontvangen bedrag van €69.485 terugbetalen aan de vrouw.