Belanghebbende ontving voor het tijdvak 1 januari 2018 tot en met 31 maart 2018 een teruggaaf omzetbelasting van €48.915, met een rentevergoeding van €490. Na bezwaar verhoogde de Inspecteur deze bedragen tot respectievelijk €93.802 en €3.370. Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank Noord-Nederland, die het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de procedure werden diverse verzoeken tot geheimhouding en beperkte kennisneming van stukken behandeld. Op de zitting van 11 juni 2025 sloten partijen een compromis waarbij de teruggaaf omzetbelasting werd verhoogd met €28.833 tot €122.635, en de rentevergoeding dienovereenkomstig werd aangepast. Tevens werd afgesproken dat ieder de eigen proceskosten draagt en dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoedt.
Het hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de teruggaafbeschikking en rente verhoogd conform het compromis. De vergoeding van het griffierecht is gelast. Partijen blijven achter hun oorspronkelijke standpunten staan, maar hebben het compromis gesloten om het geschil te beslechten.