ECLI:NL:GHARL:2025:4165
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft het openbaar ministerie bij de rechtbank Gelderland gevorderd dat aan betrokkene een geldbedrag van € 513.136,80 zou worden ontnomen als wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene was in de hoofdzaak veroordeeld voor medeplegen van een overtreding van de Opiumwet, maar vrijgesproken van de druggerelateerde feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd.
Het hof heeft in hoger beroep de vordering tot ontneming opnieuw beoordeeld. Tijdens de terechtzitting van 23 juni 2025 heeft het hof kennisgenomen van de standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging. Het hof constateerde dat betrokkene in de hoofdzaak veroordeeld was voor een overtreding van de Wet wapens en munitie, maar vrijgesproken van de druggerelateerde feiten die de grondslag vormden voor de ontnemingsvordering.
Verder bleek uit het onderzoek dat er geen aanwijzingen waren dat betrokkene andere strafbare feiten had gepleegd waaruit voordeel was verkregen. Daarom ontbrak een wettelijke grondslag voor de oplegging van een betalingsverplichting aan de Staat. Het hof vernietigde de beslissing van de rechtbank en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.