Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 7 juli 2025 het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte opnieuw veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden. De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk bezit van 38,65 gram MDMA en het mishandelen van zijn levensgezel.
De doorzoeking van de auto van verdachte werd betwist door de verdediging, die stelde dat de gevonden gebruikershoeveelheid hennep onvoldoende verdenking gaf voor een rechtmatige doorzoeking. Het hof oordeelde echter dat het aantreffen van softdrugs, ook in gebruikershoeveelheid, voldoende basis vormde voor het vermoeden van een overtreding van de Opiumwet, waardoor de doorzoeking rechtmatig was.
De mishandeling betrof meerdere slagen tegen het hoofd van de slapende vriendin, ook nadat zij naar buiten was gevlucht. Dit vond deels plaats in de gezamenlijke woning, een plaats waar veiligheid verwacht mag worden. Verdachte had eerder veroordelingen voor soortgelijke feiten, wat strafverzwarend werd meegewogen.
Hoewel de raadsman positieve ontwikkelingen bij verdachte aanvoerde, zoals afkicken en de wens om te werken, was verdachte niet verschenen en was onvoldoende duidelijk hoe gemotiveerd hij was. Het hof achtte een gevangenisstraf van twee maanden passend, met aftrek van voorarrest. Tevens werden de in beslag genomen 20 Kamagra pillen onttrokken aan het verkeer vanwege het ongecontroleerd bezit.
De strafoplegging en de rechtmatigheid van het bewijs werden uitvoerig gemotiveerd, waarbij de wettelijke bepalingen van de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht werden toegepast.