Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
1.Het geding in eerste aanleg
2. Het geding in hoger beroep in de hoofdzaak en met betrekking tot het verzoek tot schorsing en voorlopige voorziening
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De beoordeling van het verzoek
nadatde rechtbank al had geoordeeld dat zij dient terug te verhuizen naar de regio [de regio] en die beslissing directe werking heeft. De moeder heeft dit nieuwe feit dan ook zelf – en ondanks het heldere oordeel van de rechtbank – gecreëerd zodat dit niet kan meewegen in de vraag of sprake is van nieuwe feiten op basis waarvan de uitvoerbaarheid van een beslissing kan worden geschorst.