Verdachte werd door de economische politierechter veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van de Waterwet door het lozen van dieselolie in het [kanaal] te [plaats]. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de terechtzitting op 9 juli 2025 heeft het hof het bewijs onderzocht, waaronder de verklaring van de verbalisant die een olievlek en geur van dieselolie constateerde, en de verklaring van verdachte die sprak over mogelijke morsing van zonnebloemolie uit een kapotte frituurpan. Er is echter geen monster van het water genomen om de aard van de stoffen vast te stellen.
Het hof concludeert dat op basis van de beschikbare bewijsmiddelen niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte dieselolie in het water heeft gebracht, noch dat de olie afkomstig was van het schip van verdachte. Hierdoor is het tenlastegelegde niet bewezen.
Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij. Tevens wordt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd. Hiermee komt een einde aan de strafrechtelijke procedure tegen verdachte in deze zaak.