De kinderrechter in de rechtbank Overijssel heeft op 17 februari 2025 een machtiging verleend voor de uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen tot 18 maart 2026. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing, verlangend dat de kinderen per direct bij haar zouden worden teruggeplaatst. De gecertificeerde instelling (GI) en de vader steunden de beslissing van de kinderrechter.
Het hof heeft het verzoek van de moeder onderzocht en daarbij ook gesprekken gevoerd met de minderjarigen. Uit het onderzoek blijkt dat de kinderen opgroeien in een onveilige en instabiele opvoedsituatie, waarbij ernstige zorgen bestaan over de emotionele veiligheid en opvoedvaardigheden van de moeder. De moeder vertoont mogelijk psychische problematiek en weigert hulpverlening, wat de situatie van de kinderen negatief beïnvloedt.
Verschillende hulpverleningstrajecten zijn zonder succes afgesloten en de moeder heeft geen passende hulp voor zichzelf gezocht. De kinderen vertonen zorgelijke signalen zoals gesloten gedrag en sociaal onhandig gedrag. Het hof concludeert dat de machtiging tot uithuisplaatsing terecht is verleend en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter. De kinderen verblijven momenteel in een jeugdhulpvoorziening en de situatie van de kinderen is daar verbeterd.