In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 24 juli 2025 uitspraak gedaan over de uithuisplaatsing van een minderjarige, hier aangeduid als [de minderjarige]. De kinderrechter in de rechtbank Gelderland had eerder een spoedmachtiging verleend voor de uithuisplaatsing van [de minderjarige] tot 4 april 2025, gevolgd door een machtiging tot uithuisplaatsing tot 4 oktober 2025. De moeder van [de minderjarige] was het niet eens met deze beslissingen en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof heeft vastgesteld dat de spoedmachtiging ten onrechte was verleend, omdat niet was aangetoond dat er onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] was. Het hof vernietigde de beschikking van de kinderrechter met betrekking tot de spoedmachtiging, maar bekrachtigde de machtiging tot uithuisplaatsing tot 4 oktober 2025, omdat de omstandigheden dat vereisten. Het hof benadrukte dat er een breed onderzoek nodig is naar de opvoedsituatie van [de minderjarige] en de moeder, die momenteel niet in staat is om aan de zorgbehoeften van [de minderjarige] te voldoen. De beslissing van het hof is genomen na een zitting op 5 juni 2025, waar de advocaten van beide ouders en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig waren.