ECLI:NL:GHARL:2025:4629

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 juli 2025
Publicatiedatum
24 juli 2025
Zaaknummer
21-005933-23
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van vonnis in hoger beroep na schietincident tijdens militaire oefening in Afghanistan

Op 16 januari 2021 vond er een schietincident plaats tijdens een militaire oefening in Afghanistan, waarbij een militair zwaar lichamelijk letsel opliep. De verdachte, die betrokken was bij het incident, werd eerder door de militaire kamer van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot een taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis, en de vordering van de benadeelde partij werd hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 50.000,-. De verdachte ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde op 24 juli 2025 het vonnis van de rechtbank, met aanvulling en verbetering van de gronden. Het hof oordeelde dat de militaire kamer op juiste wijze had beslist en dat er geen reden was om het vonnis te vernietigen. Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal en de argumenten van de verdachte en zijn raadsman, mr. S.M. Diekstra, evenals de inbreng van de benadeelde partij en zijn advocate, mr. F.M.M. Buijs. Het hof concludeerde dat het scenario van de verdediging, waarin de munitie afkomstig zou zijn van een andere pick-up, onwaarschijnlijk was en dat de munitie die door de getuige was gebruikt, afkomstig was van de pick-up van de verdachte. Het arrest werd uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier, mr. M.E. Ruiter, en de voorzitter, mr. R.H. Koning, en is op 24 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005933-23
Uitspraak d.d.: 24 juli 2025
TEGENSPRAAK
Arrestvan de militaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Gelderland van 18 december 2023, zittingsplaats Arnhem, met parketnummer 05-046417-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
wonende te [adres]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 juli 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van wat door verdachte en zijn raadsman, mr. S.M. Diekstra, naar voren is gebracht.
Tevens heeft het hof kennisgenomen van wat door de benadeelde partij [benadeelde] en zijn advocate mr. F.M.M. Buijs, is aangevoerd.

Het vonnis waarvan beroep

De militaire kamer in de rechtbank Gelderland heeft verdachte bij vonnis van 18 december 2023 ten aanzien van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis. Voorts heeft de militaire kamer de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag ter hoogte van
€ 50.000,-.
Het hof is van oordeel dat de militaire kamer op juiste wijze heeft beslist. Het hof zal het vonnis, zij het met aanvulling en verbetering van de gronden op de wijze zoals hierna is vermeld, bevestigen.

Aanvulling van de gronden

Ten aanzien van het derde door de militaire kamer beschreven moment (de vijfde alinea van pagina 5 van het vonnis) overweegt het hof aanvullend dat [getuige] heeft verklaard dat hij de patroonhouder die uit zijn wapen kwam (
het hof begrijpt: met blanks) op de achterbank bij de patroonhouders heeft gelegd. [1]
Ten aanzien van het vierde moment (de laatste alinea van pagina 5 van het vonnis) overweegt het hof aanvullend het volgende.
In de vijf patroonhouders met scherpe munitie, die na het incident zijn aangetroffen op de achterbank van de witte pick-up, zaten respectievelijk vier keer dertig scherpe patronen en één keer twintig scherpe patronen. [2] In de patroonhouder met blanks, die is aangetroffen op de achterbank van de witte pick-up, zaten vijftien patronen. [3]

Verbetering van de gronden

Het hof neemt de eerste alinea van pagina 7 van het vonnis
(In het verweer van de verdediging (……) , doet hieraan niet af.)niet over en vervangt deze door de volgende alinea:
Het hof overweegt ten aanzien van het alternatieve scenario van de raadsman dat de munitie waarmee geschoten is afkomstig was uit een andere pick-up dan de pick-up waar verdachte in heeft gereden, als volgt.
In dit scenario zou (naast [naam] ) nog iemand zes patroonhouders, met exact hetzelfde aantal scherpe patronen, moeten hebben meegenomen naar het oefenterrein en vervolgens hebben achtergelaten op de achterbank van een andere witte pick-up. Het hof acht dat scenario, waarvoor in het dossier geen enkel aanknopingspunt is te vinden en waarvoor de verdediging geen enkel aanknopingspunt heeft gegeven, zo onwaarschijnlijk dat dat geen weerlegging behoeft.
Het hof is dan ook van oordeel dat het, gelet op de ná het incident aangetroffen hoeveelheid patroonhouders en de daarin aangetroffen aard en hoeveelheid munitie, niet anders kan dan dat de munitie waarmee door [getuige] is geschoten, de munitie betreft die door [naam] in de pick-up is achtergelaten en die verdachte op de achterbank van de pick-up heeft gelegd.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Aldus gewezen door
mr. R.H. Koning, voorzitter,
mr. A. van Maanen, lid, en mr. A.A.W.K. Appels, militair lid,
in tegenwoordigheid van mr. M.E. Ruiter, griffier,
en op 24 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. A.A.W.K. Appels is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 24 juli 2025.
Tegenwoordig:
mr. R.H. Koning, voorzitter,
mr. P.M. van der Spek, advocaat-generaal,
mr. M.J. van den Ruitenbeek, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Voetnoten

1.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 18 januari 2021, p. 119.
2.Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 18 januari 2021, p. 331.
3.Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 18 januari 2021, p. 320.