ECLI:NL:GHARL:2025:4724

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 juli 2025
Publicatiedatum
31 juli 2025
Zaaknummer
21-001200-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 WVW 1994Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek rijden onder invloed wegens mogelijk auto-brouwerij syndroom

Verdachte wordt verdacht van het besturen van een personenauto onder invloed van alcohol met een gemeten ademalcoholgehalte van 780 μg/l na een aanrijding op 4 januari 2023. Verdachte erkent het besturen van de auto maar betwist het gebruik van alcohol en stelt dat een medische aandoening, het auto-brouwerij syndroom (ABS), de gemeten waarde kan verklaren.

Verdachte heeft zich op eigen initiatief laten onderzoeken in twee ziekenhuizen, waar geen diagnose van ABS werd gesteld. Het hof erkent de complexiteit van de diagnose ABS en het belang van het rijbewijs voor verdachte, die als vrachtwagenchauffeur werkt. Daarom acht het hof het onderzoek niet volledig en beveelt het nader deskundigenonderzoek.

Het hof formuleert gedetailleerde onderzoeksvragen over de aard, prevalentie, symptomen, diagnostiek en mogelijke verklaringen van ABS. Het onderzoek wordt geschorst en de zaak wordt verwezen naar de raadsheer-commissaris voor het benoemen van een deskundige. Verdachte en de advocaat-generaal krijgen de gelegenheid om aanvullende vragen in te dienen en toestemming te geven voor het delen van medische gegevens.

Uitkomst: Het hof heropent het onderzoek en beveelt nader deskundigenonderzoek naar het auto-brouwerij syndroom, met schorsing van de procedure.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001200-24
Uitspraak d.d.: 30 juli 2025
TEGENSPRAAK
Tussenarrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 1 maart 2024 met parketnummer 96-004284-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 96-040859-21, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 juli 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een geldboete van € 1.000,- en tot een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van acht maanden met een proeftijd van twee jaren. Verder heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder aan verdachte opgelegde voorwaardelijke straf, dient te worden afgewezen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. E. van de Pol, naar voren is gebracht.

Overwegingen met betrekking tot het onderzoek

Verdachte wordt, zakelijk weergegeven, verweten dat hij een personenauto heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek hoger is dan wettelijk is toegestaan.
Uit het dossier blijkt dat verdachte op 4 januari 2023 bij een aanrijding betrokken is geweest, nadat een andere bestuurder hem geen voorrang had verleend. Verdachte is naar aanleiding daarvan onderworpen aan een ademonderzoek, met als onderzoeksresultaat dat de ademanalyse van zijn adem 780 μg/l bedroeg. Verdachte heeft erkend dat hij op voornoemde datum een personenauto heeft bestuurd en betwist de juistheid van dit onderzoeksresultaat niet.
Wel heeft verdachte direct bij zijn eerste verhoor stellig ontkend dat hij alcohol heeft genuttigd in de 24 uur voorafgaand aan het besturen van de personenauto en dat hij een gisting-probleem met zijn maag heeft, waar nog verder onderzoek naar gedaan moet worden. Dit zou volgens de verdachte de gemeten waarde kunnen verklaren.
Verdachte heeft zich op eigen initiatief op 7 februari 2023 in het [ziekenhuis 1] te [plaats 1] laten onderzoeken op het zogeheten “auto-brouwerij syndroom” (hierna: ABS) Dit betreft, kortgezegd, een aandoening waarbij het lichaam koolhydraten/suikers omzet in ethanol/alcohol. Verdachte is vervolgens verwezen voor nader onderzoek en in het [ziekenhuis 2] nader onderzocht. Het dossier bevat uitslagen van beide onderzoeken, waaruit kan worden afgeleid dat de diagnose ABS niet kon worden gesteld.
Ter terechtzitting in hoger beroep van 16 juli 2025 heeft verdachte onder meer verklaard dat hij intussen een diëtist heeft geraadpleegd en een speciaal dieet volgt, en dat het probleem van vergisting in zijn maag zich sindsdien niet meer voordoet. Verdachte heeft daarbij ook verklaard globaal te weten welke (soorten) voeding de vergisting bij hem kunnen opwekken. Verder heeft verdachte verklaard te beschikken over een eigen ademanalyseapparaat om zichzelf te kunnen testen. Aangezien verdachte vrachtwagenchauffeur is en beroepsmatig naar en in Noorwegen rijdt, wordt hij ook daar regelmatig op het gebruik van alcohol gecontroleerd, maar er is geen positieve alcoholuitslag meer geconstateerd.
Het hof constateert dat de onderhavige zaak uitzonderlijk is, nu verdachte zich de nodige moeite heeft getroost en kosten heeft gemaakt om aan te tonen dat de gemeten alcoholwaarde in zijn adem niet is veroorzaakt door het gebruik van alcohol, maar dat deze het gevolg is van een medische aandoening. Deze aandoening is bij de twee verrichte medische onderzoeken echter niet bij verdachte gediagnostiseerd. Het hof heeft uit openbare bronnen evenwel ook begrepen dat het stellen van een diagnose bij deze aandoening niet altijd eenvoudig is, nu het vergistingsproces zich bij patiënten niet continu hoeft voor te doen en in opvlammingen kan plaatsvinden.
Mede gelet op de omstandigheid dat verdachte als vrachtwagenchauffeur afhankelijk is van zijn rijbewijs en de afdoening van de zaak voor hem daarom van groot gewicht is, is het hof tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het hof wenst nader door (een) deskundige(n) geïnformeerd te worden over de aandoening ABS in het algemeen en omtrent de vraag in hoeverre medische vervolgonderzoeken meer uitsluitsel zouden kunnen geven met betrekking tot (mogelijke) diagnostiek van verdachte.
Het hof wenst te worden voorgelicht naar aanleiding van de navolgende vragen:

Algemeen

  • Kan de deskundige op grond van de medische literatuur een beknopt beeld schetsen van het auto-brouwerij syndroom?
  • Valt er iets te zeggen over de prevalentie van deze aandoening onder de bevolking?
  • Komt deze aandoening even vaak voor bij mannen als bij vrouwen?
  • Valt er in het algemeen iets te zeggen over de invloed van leeftijd, gewicht, voedingspatroon, andere medische aandoeningen en algehele gezondheidstoestand op deze aandoening?
  • Valt er iets te zeggen over het ontstaan van deze aandoening? Kan deze aandoening op latere leeftijd optreden of is de aandoening aangeboren?
  • Kan deze aandoening enkel door tijdsverloop verergeren, afnemen of zelfs verdwijnen?

Symptomen

  • Welke (lichamelijke) symptomen toont een persoon met deze aandoening?
  • Welke alcoholwaarden (in promillage of μg/l) worden volgens de wetenschappelijke literatuur typisch gemeten bij mensen met het auto-brouwerij syndroom?
  • Zijn er extreme uitschieters bekend? Zo ja, om welke waarden gaat het dan en hoe vaak komt dit voor?
  • Kan een gemeten waarde van 780 μg/l na ademonderzoek worden verklaard door (uitsluitend) deze aandoening?
  • Zijn leeftijd en/of geslacht een factor in de variatie van gemeten waarden?
  • Kunnen leefstijl, voeding of onderliggende medische toestand van invloed zijn op de gemeten waarden?

Diagnostiek

  • Welke onderzoeken kunnen worden verricht om te onderzoeken of iemand aan deze aandoening lijdt?
  • Hoe betrouwbaar en accuraat is het resultaat van de onderzoeken,
a) wanneer de diagnose wordt gesteld.
b) wanneer de diagnose niet wordt gesteld.
  • Hoe groot is de kans op vals-positieve dan wel vals-negatieve onderzoeksresultaten?
  • Hoe wordt de diagnose ABS gesteld?
  • Gegeven de onderzoeksresultaten van de eerdere onderzoeken in het [ziekenhuis 1] te [plaats 1] en [ziekenhuis 2] , heeft het meerwaarde om nader medisch onderzoek naar verdachte te laten verrichten? Kunt u bij de beantwoording van deze vraag betrekken dat verdachte heeft verklaard globaal te weten welke (soort) voeding het vergistingsproces bij hem kan induceren?
  • Indien nader onderzoek geen meerwaarde heeft, waarom niet? Indien dat wel het geval is, aan welke aanvullende onderzoeken kan dan worden gedacht?
- Wilt u vanuit uw deskundigheid nog iets toevoegen wat in bovengenoemde vragen niet aan bod is geweest, maar volgens u wel van belang is in deze zaak?
Het hof zal, gelet op dit nader te verrichten onderzoek, het onderzoek heropenen en de zaak verwijzen naar de raadsheer-commissaris teneinde een deskundige te benoemen om bovenstaande vragen te beantwoorden.
Het hof zal de advocaat-generaal en de verdediging in de gelegenheid stellen om binnen een termijn van zes weken eventuele nadere onderzoeksvragen in te dienen bij de raadsheer-commissaris.
De verdachte wordt tevens verzocht om binnen die termijn te laten weten of hij toestemming verleent om de medische onderzoeksresultaten van [ziekenhuis 1] te [plaats 1] en/of het [ziekenhuis 2] te delen met de te benoemen deskundige ten behoeve van de beantwoording van bovenstaande vragen.
Tenslotte ziet het hof ook aanleiding om zoals door de advocaat-generaal (subisidiair) is verzocht, de stukken van de strafzaak met parketnummer 96-040859-21 waar in de appelschriftuur van het openbaar ministerie aan wordt gerefereerd en waar de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder bij vonnis van 6 april 2021 opgelegde deels voorwaardelijke straf op ziet, aan het dossier te laten toevoegen.

BESLISSING

Het hof:
Heropenthet onderzoek.
Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, ten behoeve van het hiervoor beschreven nadere onderzoek.
Stelt de advocaat-generaal en de verdediging in de gelegenheid om uiterlijk op 10 september 2025 aanvullende onderzoeksvragen in te dienen.
Stelt de verdachte in de gelegenheid om uiterlijk op 10 september 2025 te laten weten of hij toestemming verleent om de medische onderzoeksresultaten van [ziekenhuis 1] te [plaats 1] en het [ziekenhuis 2] te delen met de te benoemen deskundige ten behoeve van de beantwoording van de onderzoeksvragen.
Verzoekt de advocaat-generaal op de stukken van de strafzaak met parketnummer 96-040859-21 waar in de appelschriftuur van het openbaar ministerie aan wordt gerefereerd en waar de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder bij vonnis van 6 april 2021 opgelegde deels voorwaardelijke straf op ziet, aan te leveren waarna deze aan het dossier zullen worden toegevoegd.
Schorsthet onderzoek voor onbepaalde tijd.
Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de verdachte.
Aldus gewezen door
mr. M.B. de Wit, voorzitter,
mr. L.T. Wemes en mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, raadsheren,
in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier,
en op 30 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.