In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 16 juli 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen een veroordeling tot een geldboete van € 1000,00, subsidiair 20 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden. Tijdens de behandeling van de zaak heeft het hof twijfels geuit over de taalbeheersing van de verdachte, die mogelijk niet in staat was om de strafprocedure adequaat te volgen. Het hof heeft vastgesteld dat er geen tolk aanwezig was tijdens de eerste terechtzitting, wat heeft geleid tot een schending van het recht op een eerlijk proces. De verdediging heeft betoogd dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de verdachte de Nederlandse taal onvoldoende beheerste, terwijl het openbaar ministerie van mening is dat dit onvoldoende onderbouwd is. Het hof heeft uiteindelijk geoordeeld dat de verdachte in zijn verdediging is geschaad en dat het vonnis van de politierechter niet in stand kan blijven. De zaak is terugverwezen naar de politierechter voor verdere afdoening, met inachtneming van de overwegingen in het arrest.