ECLI:NL:GHARL:2025:4792
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangsommen bij niet-nakoming omgangsregeling tussen ouders
In deze zaak staat een executiegeschil centraal over de dwangsommen die zijn opgelegd wegens het niet naleven van een omgangsregeling tussen ouders over hun minderjarige dochter.
De moeder voerde aan dat zij niet in staat was de omgangsregeling uit te voeren, onder meer vanwege het ontbreken van een begeleider en de agressieve houding van de vader. Het hof oordeelde echter dat de moeder onvoldoende had onderbouwd dat zij niet kon voldoen aan de beschikking van 8 augustus 2023, mede omdat de overdracht buiten aanwezigheid van ouders plaatsvindt en de moeder geen alternatieven uit haar sociale netwerk had gezocht.
De moeder had verzocht de dwangsommen op te heffen of te matigen, maar het hof wees dit af op grond van artikel 611c en 611d lid 2 Rv, omdat eenmaal verbeurde dwangsommen niet kunnen worden teruggedraaid en geen sprake was van een noodtoestand.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Overijssel en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De dwangsommen van in totaal € 3.500,- blijven verschuldigd vanwege zeven niet nagekomen omgangsweekenden.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van de moeder af en bevestigt de verbeurde dwangsommen van € 3.500,-.