ECLI:NL:GHARL:2025:4831

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 augustus 2025
Publicatiedatum
4 augustus 2025
Zaaknummer
Wahv 200.350.651
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 40 WVW 1994Art. 5 lid 1 KRArt. 5 lid 3 KRRegeling Kentekens en Kentekenplaten artikel 6 lid 3
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens niet-conforme kentekenplaat op fietsendrager

De betrokkene kreeg een sanctie van €160 opgelegd voor het gebruik van een kentekenplaat op een fietsendrager die niet aan de wettelijke eisen voldeed omdat deze was voorzien van een blauwe sticker met het EU-symbool en de letters NL. De betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat de kentekenplaat was goedgekeurd en dat de sticker geen afbreuk deed aan de geldigheid, en dat de feitcode onjuist was toegepast.

Het hof oordeelde dat de feitcode K405 niet van toepassing was omdat deze betrekking heeft op kentekenplaten van een ander type voertuig en bevestigde dat de sticker niet is toegestaan volgens de Regeling Kentekens en Kentekenplaten, waardoor de kentekenplaat niet meer aan de gestelde eisen voldeed.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard en het hof bevestigde deze beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen. De sanctie en de afwijzing van het verzoek zijn daarmee definitief.

Uitkomst: De sanctie van €160 wegens een niet-conforme kentekenplaat op een fietsendrager wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.350.651/01
CJIB-nummer
: 258681611
Uitspraak d.d.
: 4 augustus 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 1 oktober 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “K405- de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen”. Deze gedraging zou zijn verricht op
16 juni 2023 om 10:29 uur op de A4 in Nieuwe Wetering met het voertuig met het kenteken
[kenteken] .
2. De gemachtigde ontkent namens de betrokkene de gedraging. In het Handboek Regeling voertuigen 2023 is vermeld dat feitcode K405 ziet op een kentekenplaat die niet voldoet aan eisen als formaat, kenmerk en duplicaatcode. Daarvan is geen sprake. De betrokkene heeft een kentekenplaat gebruikt die goedgekeurd is door de Dienst Wegverkeer. Een sticker doet niet af aan die goedkeuring en maakt evenmin dat geen sprake meer is van een juist formaat, kenmerk of duplicaatcode. Indien al een sanctie moet worden opgelegd, is dat onder een onjuiste feitcode gedaan. Temeer omdat feitcode K405 niet ziet op witte, maar gele kentekenplaten. De juiste feitcode is P100b. Die feitcode ziet op witte kentekenplaten van aanhangwagens/opleggers.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Kentekenplaat voldeed niet aan de eisen omdat de witte kentekenplaat aan de achterzijde van de fietsendrager aan de linkerzijde voorzien was van een sticker. De kentekenplaat hoort helemaal wit te zijn met zwarte letters. (…) De sticker die erop zat betrof een blauwe sticker met het ‘EU’ symbool en de letters NL. Dit is niet toegestaan. Overtreden artikel: 5 lid 1 en 3 KR.”
Het dossier bevat ook foto’s. Hierop is een fietsendrager te zien die voorzien is van een witte kentekenplaat. Op de plaat is aan de linkerkant een blauwe sticker te zien met daarop het embleem van de Europese Unie en de letters NL.
5. De kentekenplaat die volgens de ambtenaar niet voldoet aan de gestelde eisen was bevestigd op een fietsendrager en niet op een aanhangwagen of oplegger. Feitcode P100b mist daarmee toepassing. Deze grond van de gemachtigde treft geen doel.
6. Artikel 40 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (verder: WVW 1994) luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“1. Het kenteken dient behoorlijk zichtbaar op of aan het motorrijtuig of de aanhangwagen aanwezig te zijn.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de inrichting, het aanbrengen en de verlichting van het kenteken en worden regels vastgesteld omtrent de kentekenplaat en de onderdelen daarvan, alsmede de daarop aan te brengen merken.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het bepaalde krachtens het tweede lid. (…)”
7. In de op artikel 40, derde lid, van de WVW 1994 gebaseerde Regeling Kentekens en Kentekenplaten (verder: Rkk) zijn regels gesteld ten aanzien van kentekenplaten.
Artikel 6, derde lid, van de Rkk bepaalt: “Op de witte achtergrond van kentekenplaten volgens de modellen 11.1, 12.1, 18.1 en 19.1 tot en met 26.1 mag niets anders voorkomen dan het kenteken en het merk van de fabrikant. Op de achtergrond van een kentekenplaat volgens de modellen 27.1A tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.26E, 27.30A tot en met 27.31E en 30.1 tot en met 30.16 van de bijlage mag niets anders voorkomen dan hetgeen is vermeld in die modellen, alsmede de waarmerken van de erkende of gemachtigde foliefabrikant en lamineerder. De kentekenplaten volgens de modellen 27.15A tot en met 27.17E, 30.7 en 30.8 moeten zijn voorzien van een maandaanduiding, die uitsluitend mag bestaan uit het nummer van de lopende of de volgende maand.”
8. De modellen voor kentekenplaten voor (onder meer) fietsendragers zijn weergegeven in de bijlage van de Rkk onder 27.24 A tot en met 27.26 E. Gelet op deze modellen mag een sticker geen deel uitmaken van een kentekenplaat. Door zijn handelen heeft de betrokkene een wijziging aan de kentekenplaat aangebracht, waardoor deze niet meer aan de gestelde eisen voldoet. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
9. Hetgeen is aangevoerd treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari, als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.