Uitspraak
Overwegingen
BESLISSING
[terbeschikkinggestelde].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 juni 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 23 januari 2025. De rechtbank had de terbeschikkingstelling van de terbeschikkinggestelde, geboren in 1984, met twee jaar verlengd en het verzoek om observatie in het Pieter Baan Centrum afgewezen. Het hof heeft de zaak behandeld met inachtneming van de stukken en de zitting van 5 juni 2025, waar de advocaat-generaal, mr. I.M. Muller, en de raadsman, mr. J.A.W. Knoester, aanwezig waren.
De terbeschikkinggestelde heeft in hoger beroep niet de verlenging van de terbeschikkingstelling als zodanig betwist, maar de duur van de verlenging. Hij stelt dat de huidige maatregel, gezien de behandelimpasse en het hoge recidivegevaar, in feite overeenkomt met een levenslange gevangenisstraf. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank, waarbij hij stelde dat er geen schending van artikel 5 EVRM is.
Het hof heeft geoordeeld dat de rechtbank op goede gronden heeft beslist en dat de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gerechtvaardigd is, gezien de stoornis van de terbeschikkinggestelde en het aanhoudende recidivegevaar. Het hof heeft de beslissing van de rechtbank bevestigd, met de aanvulling dat er geen sprake is van willekeurige vrijheidsontneming en dat de uitkomst van de tweede LFPZ-aanvraag nog onduidelijk is. Het hof heeft als uitgangspunt genomen dat de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar noodzakelijk is, gezien de tijd die nodig is voor behandeling en resocialisatie.