ECLI:NL:GHARL:2025:4855

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 augustus 2025
Publicatiedatum
5 augustus 2025
Zaaknummer
Wahv 200.350.454
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.2.48 Regeling voertuigenArt. 5.6.92 lid 1 Regeling voertuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met voertuig met scherpe delen door ontbrekende achterbumper

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden met een voertuig dat scherpe delen heeft vanwege het ontbreken van de achterbumper, wat gevaar voor lichamelijk letsel bij botsing kan opleveren. De overtreding vond plaats op 24 november 2022 in Culemborg. De kantonrechter matigde de sanctie van €250,- naar €187,50 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De betrokkene voerde aan dat de gedraging niet viel onder de opgelegde feitcode (N480a), maar eerder onder een andere (N480b) omdat de bumper ontbrak. Het hof oordeelde echter dat op basis van de verklaring van de ambtenaar en foto’s voldoende vaststaat dat het voertuig scherpe delen heeft die gevaar opleveren, zoals bedoeld in artikel 5.2.48, eerste lid, van de Regeling voertuigen.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene had verklaard nog geen tijd te hebben gehad om de bumper terug te plaatsen. De sanctie blijft gehandhaafd op €187,50.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €187,50 voor het rijden met een voertuig met scherpe delen door het ontbreken van de achterbumper en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.350.454/01
CJIB-nummer
: 254090678
Uitspraak d.d.
: 4 augustus 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 5 december 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en het bedrag van de sanctie gewijzigd in € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 218,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het voertuig scherpe delen heeft (feitcode N480a)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 november 2022 om 17.47 uur op de Triosingel in Culemborg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 187,50, omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat uit de gegevens niet blijkt dat de gedraging behorend bij feitcode N480a is verricht. De betrokkene wordt verweten dat hij geen bumper had ter afscherming van de scherpe voertuigonderdelen. Daarop ziet de gedraging behorend bij feitcode N480b.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat tijdens een verkeerscontrole in Culemborg genoemde voertuig voorbij kwam gereden op de openbare weg. Ik, (…), zag dat de achterbumper miste en dat de achterklep ook aangepast was. Hierop voertuig meegenomen naar de controlestraten en aldaar de bestuurder aangesproken. Aldaar aangesloten bij de controle. Wij zagen dat:
- de achterbumper geheel miste
- uitlaatpijpen aangepast, knalpijp en demper verwijderd
(…)
- het achterraam was verwijderd en de achterklap verlengd
- zijdorpel rechterbuitenzijde miste (...)
Door het ontbreken van de achterbumper waren er diverse scherpe uitstekende delen van het chassis zelf en de trekhaak die bij een aanrijding letsel verhogend zouden kunnen zijn. Zie bijgevoegde foto’s. (…)
Overtreden artikel 5.2.48 en 5.6.92 lid 1 Rv (…)
Verklaring betrokkene: ik had nog geen tijd gehad om de bumper terug te laten plaatsen.”
5. In het dossier bevinden zich twee foto’s van de achterzijde van het voertuig. Hierop is te zien dat de achterbumper ontbreekt. Hierdoor zijn meerdere metalen hoeken zichtbaar, zowel aan het chassis als aan de trekhaak.
6. De gedraging waarvoor de sanctie is opgelegd (feitcode N480a) is een overtreding van artikel 5.2.48, eerste lid, van de Regeling voertuigen (Rv), dat luidt:
“1. Personenauto’s mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.”
7. De gedraging behorend bij feitcode N480b is een overtreding van artikel 5.2.48, tweede lid, van de Rv, dat luidt:
“2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, moeten uitstekende delen van personenauto’s die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd.”
8. Naar het oordeel van het hof staat op basis van de verklaring van de ambtenaar in combinatie met de foto in het dossier genoegzaam vast dat door het ontbreken van de bumper aan de achterzijde van het voertuig, het voertuig niet alleen (niet afgeschermde) uitstekende delen heeft als bedoeld in artikel 5.2.48, tweede lid, van de Rv, maar ook scherpe delen die in het geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Gelet daarop is de gedraging waarvoor de sanctie is opgelegd verricht.
9. Het voorgaande betekent dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.