Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor openlijke geweldpleging en bedreiging met zware mishandeling gepleegd op 2 januari 2020 te een plaats in de gemeente. Hij vernielde samen met anderen ramen van een woning en reed met een auto tegen de gevel. Tevens bedreigde hij een persoon met een metalen staaf.
Het hof verwierp de verweren van noodweer, noodweerexces en putatief noodweer. Hoewel sprake was van een eerdere wederrechtelijke aanranding door de tegenpartij, was de noodweersituatie voorbij toen verdachte de confrontatie met een metalen staaf aanging. Zijn handelen was offensief en ingegeven door woede en wraak, niet door verdediging.
De strafoplegging hield rekening met eerdere soortgelijke veroordelingen, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de schending van de redelijke termijn in eerste aanleg. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op met een proeftijd van één jaar, met aftrek van voorarrest.
De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd afgewezen vanwege gewijzigde persoonlijke omstandigheden. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.