ECLI:NL:GHARL:2025:4924

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 augustus 2025
Publicatiedatum
6 augustus 2025
Zaaknummer
Wahv 200.348.216/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden ondanks betwisting

De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd met een boete van €380 wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 15 april 2023 op de A4 in Rotterdam. De betrokkene betwistte de gedraging en stelde dat hij de telefoon alleen vasthield terwijl hij stilstond in een file. Tijdens de staandehouding maakte hij geen verklaring, wat zijn recht is.

De kantonrechter stelde vast dat het zwijgen niet tegen de betrokkene mag worden gebruikt, maar dat het ontbreken van een aannemelijke ontkennende verklaring wel meeweegt. Het hof benadrukt dat een verklaring ook later in de procedure kan worden gegeven om de redengevendheid van de vaststelling te ontzenuwen. De verklaring van de ambtenaar was opgenomen in een niet-ondertekend zaakoverzicht, maar werd niet betwist met voldoende argumenten.

Het hof concludeert dat de betrokkene onvoldoende heeft gedaan om twijfel te zaaien over de juistheid van de vaststelling dat hij de telefoon vasthield tijdens het rijden. De sanctie wordt daarom bevestigd met verbetering van gronden. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: De boete van €380 voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.348.216/01
CJIB-nummer
: 257145788
Uitspraak d.d.
: 6 augustus 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 4 oktober 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 380,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 april 2023 om 19.44 uur op het Beneluxplein (A4) in Vondelingenplaat Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging en voert aan dat de betrokkene zijn telefoon heeft vastgehouden op het moment dat hij stilstond. Dat de betrokkene vervolgens bij staandehouding geen verklaring heeft gegeven, is zijn goed recht. Puur op basis daarvan kan de betrokkene niet worden tegengeworpen dat hij de gedraging wel moet hebben verricht. Dit is echter wat de kantonrechter ten grondslag legt aan de vaststelling van de gedraging. Verder voert de gemachtigde aan dat de verklaring van de ambtenaar slechts is opgenomen in een niet ondertekend zaakoverzicht en die verklaring erg summier is. Daarnaast is bij staandehouding geen telefoon aangetroffen en is de betrokkene ook niet verzocht om de telefoon te tonen.
3. De Wahv stelt niet de eis dat aan een krachtens die wet opgelegde administratieve sanctie een ambtsedig proces-verbaal van een opsporingsambtenaar ten grondslag ligt. Het is vaste rechtspraak dat de vaststelling van een gedraging ook kan worden gebaseerd op de gegevens in het zaakoverzicht. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder van genoemd voertuig langs reed met in zijn rechterhand een elektronisch apparaat ter hoogte van het stuur. Ik herkende het apparaat als zijnde telefoon. (…)
Aan betrokkene is de cautie verleend.
Verklaring betrokkene: geen verklaring.”
5. Het hof stelt voorop dat in Mulderzaken een betrokkene gebruik kan en mag maken van zijn zwijgrecht. Dit houdt in, dat slechts wanneer een verklaring vrijwillig is afgelegd, deze ten nadele van een betrokkene mag worden gebruikt. Dat brengt echter niet mee dat de rechter het zwijgen van een betrokkene niet in zijn overwegingen met betrekking tot de vaststelling van de gedraging zou mogen betrekken. Dat geldt als de betrokkene voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang bezien met andere bewijsmiddelen redengevend kan worden geacht voor het bewijs van de hem verweten gedraging, maar hij geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven. Die verklaring kan een betrokkene geven ter gelegenheid van de staandehouding maar ook later in de procedure. Daarbij wijst het hof er nog op dat het afleggen van een verklaring bij staandehouding niet automatisch inhoudt dat de betrokkene bewijs tegen zichzelf levert.
6. De kantonrechter heeft overwogen dat wat de betrokkene heeft aangevoerd onvoldoende aanleiding geeft om aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant te twijfelen. Het had op de weg van de betrokkene gelegen om bij de staandehouding een verklaring op te laten nemen waaruit bleek dat de waarneming van de verbalisant niet juist was. Nu de betrokkene dit heeft nagelaten en de verklaring van de verbalisant duidelijk is, bestaat er geen reden om aan de verklaring te twijfelen, aldus de kantonrechter.
7. De kantonrechter miskent aldus dat niet alleen ter gelegenheid van de staandehouding maar ook later in de procedure door de betrokkene een verklaring kan worden gegeven waarmee de redengevendheid van de door een ambtenaar geconstateerde feiten of omstandigheden, voor de vaststelling van de gedraging wordt ontzenuwd. In zoverre is de beslissing van de kantonrechter niet deugdelijk gemotiveerd.
8. De betrokkene heeft in administratief beroep, in beroep bij de kantonrechter en in hoger beroep niet meer aangevoerd dan dat hij zijn telefoon heeft vastgehouden terwijl hij stilstond (in een file), Dit vormt geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar, die zag dat de betrokkene (ook) tijdens het rijden, terwijl de betrokkene de ambtenaar passeerde, de telefoon met de rechterhand ter hoogte van het stuur vasthad. Vastgesteld kan worden dat de gedraging is verricht.
9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen met verbetering van gronden. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.