ECLI:NL:GHARL:2025:4945

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 augustus 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
Wahv 200.350.670/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging matiging sanctie voor vasthouden mobiel tijdens rijden

De betrokkene werd een sanctie van €350 opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 12 december 2022 op de Beneluxweg in Groningen. De kantonrechter matigde dit bedrag met 25 procent tot €262,50 vanwege schending van de redelijke termijn.

De gemachtigde van de betrokkene stelde in hoger beroep dat de beslissing onduidelijk was en dat het hoger beroep niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard omdat de inleidende beschikking was vernietigd. Het hof verbeterde echter het dictum van de kantonrechter en las dit als een gedeeltelijke gegrondverklaring en wijziging van de beschikking, waardoor het hoger beroep ontvankelijk is.

De inhoudelijke grond dat de betrokkene de telefoon niet vasthield maar deze op zijn schoot lag, werd door het hof niet opnieuw beoordeeld omdat deze reeds door de kantonrechter was behandeld en niet betwist werd waarom dat oordeel onjuist zou zijn.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Het arrest werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 7 augustus 2025 gewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de matiging van de sanctie tot €262,50 en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.350.670/01
CJIB-nummer
: 254441224
Uitspraak d.d.
: 7 augustus 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 23 december 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 749,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de beslissing van de kantonrechter dermate onduidelijk is dat de betrokkene niet weet waar hij aan toe is. Indien het dictum van de beslissing van de kantonrechter juist is verzoekt de gemachtigde het hof primair het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de inleidende beschikking is vernietigd en er derhalve geen hoger beroep openstaat.
2. Het hof stelt vast dat de kantonrechter in zijn beslissing heeft overwogen dat hij het sanctiebedrag ad € 350,- zal matigen met 25 procent, omdat de redelijke termijn van berechting is geschonden. Het dictum van de beslissing van de kantonrechter waarin de kantonrechter de inleidende beschikking vernietigt, zal het hof daarom verbeterd lezen, te weten dat de kantonrechter het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaart en de inleidende beschikking wijzigt, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in € 262,50. De primair aangevoerde grond slaagt derhalve niet. Het hoger beroep is ontvankelijk.
3. Hetgeen de gemachtigde subsidiair aanvoert, richt zich tegen de inleidende beschikking. Aan de betrokkene is bij die beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op
12 december 2022 om 13.05 uur op de Beneluxweg (N46) in Groningen met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft, zoals hiervoor is vermeld, het sanctiebedrag gematigd tot € 262,50.
4. De gemachtigde voert in hoger beroep dezelfde grond aan ten aanzien van de inleidende beschikking als in de procedure bij de kantonrechter, namelijk dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, nu er geen sprake is van vasthouden, omdat de telefoon waarop Google Maps was geopend op de schoot van de betrokkene lag en de betrokkene dat ook aan de ambtenaren heeft laten zien. Nu niet is gesteld waarom deze grond door de kantonrechter niet juist is beoordeeld, kan niet van een grond tegen diens beslissing worden gesproken. Het hof gaat daarom hieraan voorbij (vgl. het arrest van het hof van 29 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2706).
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.