De betrokkene werd beboet voor het rechts inhalen van voertuigen bij een blokmarkering op de A16 te Breda, een gedraging die in strijd is met artikel 11, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De kantonrechter matigde de boete van €250,- naar €187,50 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De betrokkene voerde aan dat het inhalen rechts bij een blokmarkering is toegestaan volgens artikel 11, vierde lid, RVV 1990, omdat zij de afslag wilde nemen. Zij reed rechts van de blokmarkering en haalde voertuigen in, maar keerde kort terug naar de linkerbaan omdat zij twijfelde over de juiste afslag.
Het hof oordeelde dat door het afbreken van de uitvoegmanoeuvre en het terugkeren naar de doorgaande rijstrook niet voldaan werd aan de uitzonderingsbepaling van artikel 11, vierde lid. De verklaring van de verbalisant bevestigde dat de betrokkene twee voertuigen rechts inhaalde en daarna weer terugkeerde naar de linkerbaan. De intentie of vergissing van de betrokkene deed hieraan niet af.
Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.