ECLI:NL:GHARL:2025:5331
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontnemingsvordering wegens medeplegen witwassen afgewezen
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel waarin aan betrokkene een ontnemingsmaatregel van €1.369.898,- was opgelegd wegens medeplegen van witwassen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de ontnemingsvordering afgewezen.
De advocaat-generaal vorderde in hoger beroep hetzelfde bedrag als ontnemelijk wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof stelde vast dat deze vordering betrekking had op de geldbedragen die het directe voorwerp vormden van het bewezenverklaarde witwassen, zonder rekening te houden met eventueel vervolgprofijt. Omdat niet was gebleken dat deze witwashandelingen tot een toename van de opbrengst uit het grondfeit hadden geleid, kon dit bedrag niet zonder meer als wederrechtelijk verkregen voordeel worden aangemerkt.
Ook op grond van artikel 36e lid 3 Sr, dat ontneming mogelijk maakt indien aannemelijk is dat het misdrijf of andere strafbare feiten hebben geleid tot wederrechtelijk voordeel, kon het hof de vordering niet toewijzen. Er was geen kasopstelling of andere gegevens die aannemelijk maakten dat betrokkene voordeel had genoten uit andere strafbare feiten. Daarom wees het hof de ontnemingsvordering af en deed opnieuw recht.
Uitkomst: De ontnemingsvordering tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.