ECLI:NL:GHARL:2025:5347

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 augustus 2025
Publicatiedatum
2 september 2025
Zaaknummer
21-005697-23
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 47 SrArt. 48 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplichtigheid aan medeplegen witwassen met taakstraf en hechtenis

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Midden-Nederland van 4 december 2023. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen witwassen, maar veroordeeld voor medeplichtigheid aan medeplegen witwassen. Het hof bevestigde de beslissing van de politierechter, behalve de strafoplegging, die het hof herzag.

Verdachte stelde zijn bankrekening, pinpas en pincode ter beschikking aan anderen, waarmee hij heeft bijgedragen aan het witwassen van opbrengsten van oplichting van buitenlandse bedrijven. Dit tast de integriteit van het financiële verkeer ernstig aan. Het hof hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld en met zijn positieve persoonlijke ontwikkelingen sinds het feit.

De straf werd vastgesteld op een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, waarmee het hof de ernst van het feit benadrukt en verdachte de kans geeft zijn positieve ontwikkeling voort te zetten. Tevens werd een geldboete van €300 opgelegd. Het vonnis werd op 19 augustus 2025 mondeling uitgesproken door het hof in Leeuwarden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, en een geldboete van €300 wegens medeplichtigheid aan medeplegen witwassen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005697-23
Uitspraak d.d.: 19 augustus 2025
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 4 december 2023 met parketnummer 16-308766-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 augustus 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • bevestiging van het vonnis van de rechtbank met uitzondering van de strafoplegging;
  • veroordeling van verdachte tot een geldboete van € 300,00.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. K. Lans, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Bij vonnis van 4 december 2023, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter:
  • verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde (medeplegen witwassen) vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde (medeplichtigheid aan medeplegen witwassen) veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van één jaar;
  • de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] afgewezen.
Het hof is van oordeel dat de politierechter op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het de strafoplegging betreft. In zoverre zal het hof opnieuw rechtdoen.

Oplegging van straf

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van verdachte en zijn raadsvrouw, mr. K. Lans. De strafoplegging is toen mondeling gemotiveerd.
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich in de periode van 31 maart 2020 tot en met 2 april 2020 schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan het medeplegen van witwassen, door zijn bankrekening, pinpas en pincode aan anderen ter beschikking te stellen. Zodoende is hij behulpzaam geweest bij het aan het zicht van de slachtoffers en justitie onttrekken van opbrengsten van misdrijven, in dit geval oplichting van meerdere buitenlandse bedrijven. Door deze vorm van witwassen wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aangetast.
Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffende uittreksel van de Justitiële Documentatie d.d. 15 juli 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke of andersoortige strafbare feiten. Zo bezien leidt verdachte’s strafblad niet tot een strafverzwarende omstandigheid.
Het hof houdt bij de strafoplegging verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals door hem en zijn raadsvrouw naar voren gebracht op de terechtzitting in hoger beroep. Verdachte verklaart dat hij inmiddels enkele jaren begeleid woont en dit traject bij [stichting] bijna heeft afgerond. Ook heeft verdachte een schuldsaneringstraject bijna afgerond. Verder volgt hij overdag een technische opleiding tot software-ontwikkelaar en doet hij in de avonduren fabriekswerk. Al met al ziet zijn leven er anno 2025 helemaal anders uit dan ten tijde van het bewezenverklaarde feit. Verdachte geeft ten slotte aan dat hij sinds 2006 in Nederland verblijft en de door de rechtbank opgelegde straf op dit moment een belemmering vormt voor zijn procedure tot naturalisatie. Deze omstandigheid brengt verschillende onzekerheden voor verdachte met zich.
Rekening houdend met de ernst van het feit enerzijds en het tijdsverloop in deze zaak (het feit dateert inmiddels van meer dan vijf jaar geleden) en de positieve wending die verdachte aan zijn leven heeft gegeven anderzijds, acht het hof een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, passend en geboden.
Het hof wil met deze strafmodaliteit en de hoogte ervan de ernst van de verweten gedraging benadrukken en verdachte ook de mogelijkheid bieden om de sinds een aantal jaren ingezette positieve ontwikkeling op persoonlijk vlak niet (langer) te doorkruizen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 48, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door
mr. R. Godthelp, voorzitter,
mr. J. Hielkema en mr. J. Dolfing, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L. Kiemel, griffier,
en op 19 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.