Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:5349

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 augustus 2025
Publicatiedatum
2 september 2025
Zaaknummer
200.340.427/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11.1 Algemene HuurvoorwaardenAVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling tot verwijdering van zonder toestemming aangebrachte airco’s en camera’s in huurwoning

De huurder heeft zonder toestemming van de verhuurder meerdere airco-units en een speeddomecamera aan haar huurwoning aangebracht, in strijd met de Algemene Huurvoorwaarden. De verhuurder heeft meerdere verzoeken tot verwijdering gedaan, waarop de huurder niet heeft gereageerd. Na een kortgedingprocedure sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin afspraken werden gemaakt over tijdelijke verwijdering en terugplaatsing van de voorzieningen, mits toestemming werd gevraagd. De huurder heeft zich niet aan deze afspraken gehouden.

De verhuurder vorderde bij de kantonrechter ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, subsidiair ontbinding van de vaststellingsovereenkomst en verwijdering van de voorzieningen. De kantonrechter wees de primaire vordering af maar veroordeelde de huurder tot verwijdering van de voorzieningen en herstel van de gevolgschade, met een dwangsom en machtiging voor de verhuurder om zelf te verwijderen.

In hoger beroep richtte de huurder zich tegen de veroordeling tot verwijdering, stellende dat de verhuurder haar anders behandelde dan andere huurders en misbruik van recht maakte. Het hof oordeelde dat de verhuurder zich vooral bereidwillig heeft opgesteld, dat de huurder zich niet aan de afspraken heeft gehouden en dat er onvoldoende bewijs is voor misbruik van recht. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde de huurder tot betaling van proceskosten.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de huurder tot verwijdering van de airco’s en camera’s en tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.340.427/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10590653
arrest van 19 augustus 2025
in de zaak van
[appellante],
die woont in [woonplaats1] ,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde,
hierna:
[appellante],
advocaat: mr. E. Doornbos uit Badhoevedorp,
tegen
Stichting De Alliantie,
die is gevestigd in Amsterdam,
en bij de kantonrechter optrad als eisers,
hierna:
De Alliantie,
advocaat: mr. J.J.M. Saelman uit Amsterdam.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

Naar aanleiding van het tussenarrest van 11 juni 2024 heeft op 18 juli 2024 een mondelinge behandeling na aanbrengen bij het hof plaatsgevonden. Vervolgens hebben [appellante] een memorie van grieven en De Alliantie een memorie van antwoord genomen. Hierna heeft [appellante] verzocht om een mondelinge behandeling. Die heeft op 10 juni 2025 plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.

2.De kern van de zaak

2.1
In dit geschil verzet [appellante] zich tegen de veroordeling tot verwijdering van vier airco-units en een speeddomecamera van de woning die zij van De Alliantie huurt. Een speeddomecamera heeft geen vaste zichthoek. Dat geschil heeft de volgende achtergrond.
2.2
[appellante] huurt sinds 15 oktober 2010 van De Alliantie een woning aan de [adres] in [woonplaats1] . Op deze huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden van toepassing.
2.3
De Alliantie heeft op enig moment geconstateerd dat [appellante] camera’s, waaronder een zogeheten speeddomecamera, aan de voor- en achtergevel van de woning bevestigd. Ook heeft zij vier airco-units op het dak geplaatst. Voor deze zelf aangebrachte voorzieningen moet op grond van artikel 11.1 van de Algemene Huurvoorwaarden toestemming worden gevraagd aan De Alliantie. Dat heeft [appellante] voor beide voorzieningen niet gedaan.
2.4
De Alliantie heeft [appellante] meerdere keren gevraagd om de voorzieningen te verwijderen. Daaraan heeft zij geen gehoor gegeven.
2.5
Hierop is De Alliantie een kortgeding gestart. Na de mondelinge behandeling in die procedure hebben [appellante] en De Alliantie een vaststellingsovereenkomst (hierna: vso) gesloten. Daarin is onder meer afgesproken dat [appellante] de airco-units tijdelijk zal verwijderen en dat deze door een ISO-gecertificeerd installatiebedrijf zullen worden teruggeplaatst. [appellante] zou voorafgaand aan de terugplaatsing toestemming vragen aan De Alliantie. Ook is afgesproken dat [appellante] de speeddomecamera aan de voorkant van haar woning zou verwijderen. [appellante] zou in plaats daarvan een camera mogen installeren met een vaste zichthoek, die alleen het eigen perceel bestrijkt. Ook hiervoor zou [appellante] formeel toestemming aan De Alliantie vragen. De Alliantie heeft in de vso toegezegd in beide gevallen dan de toestemming te zullen verlenen.
2.6
[appellante] heeft aan geen van de in de vso gemaakte afspraken gevolg gegeven.
2.7
Vervolgens heeft De Alliantie bij de kantonrechter primair ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning gevorderd. Subsidiair heeft De Alliantie ontbinding van de vso, verwijdering van de voorzieningen en herstel van de gevolgschade gevorderd, op straffe van een dwangsom. In het geval [appellante] hier niet aan zou meewerken, heeft De Alliantie een machtiging gevorderd om de voorzieningen zelf te laten verwijderen en de gevolgschade te laten herstellen op kosten van [appellante] .
2.8
De kantonrechter heeft in een vonnis van 19 augustus 2025 de vordering tot ontbinding en ontruiming afgewezen, maar heeft wel de vso ontbonden en [appellante] veroordeeld tot het verwijderen van de camera’s en de airco-units, en tot het herstellen van alle schade die het gevolg is van de verwijdering. [appellante] is verboden om deze en andere objecten op het gehuurde te plaatsen of te bevestigen. De kantonrechter heeft aan deze veroordelingen een dwangsom verbonden van € 150,- per dag dat [appellante] hier niet aan voldoet, met een maximum van € 6.000,-. In geval [appellante] niet aan de veroordelingen voldoet, is De Alliantie gemachtigd om de werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren. Het vonnis is uitvoerbaar verklaard bij voorraad en [appellante] is in de proceskosten veroordeeld.

3.Het oordeel van het hof

Inleiding
3.1
[appellante] heeft twee bezwaren (grieven) opgeworpen tegen het vonnis van de kantonrechter. Deze zijn gericht tegen de veroordelingen tot verwijdering van de camera’s en airco-units. Door [appellante] is geen grief gericht tegen de ontbinding van de vso. Door De Alliantie is geen ‘incidenteel’ hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Dat betekent dat het hof alleen hoeft te beoordelen of de subsidiaire vordering tot verwijdering van de camera’s en airco-units terecht is toegewezen.
3.2
Het hof zal oordelen dat de beslissing van de kantonrechter in stand kan blijven. Deze beslissing wordt hierna uitgelegd.
De standpunten van partijen
3.3
[appellante] heeft in hoger beroep aangevoerd dat uit de handelwijze van De Alliantie jegens haar blijkt dat De Alliantie zich tegen [appellante] anders opstelt dan in soortgelijke gevallen bij andere huurders. De Alliantie zou [appellante] een lastige huurder vinden. Een oud-medewerker van De Alliantie heeft zich bij [appellante] gemeld en heeft verteld dat De Alliantie haar medewerkers de opdracht had gegeven om “achter [appellante] aan te gaan”. Van deze stelling heeft [appellante] bewijs aangeboden. Verder heeft [appellante] aangevoerd dat zij bij De Alliantie om inzage in haar dossier heeft verzocht. Dat heeft De Alliantie geweigerd. [appellante] is van mening dat De Alliantie het op haar heeft gemunt. Door haar anders te behandelen, maakt De Alliantie misbruik van haar rechten.
3.4
De Alliantie betwist de stellingen en aantijgingen van [appellante] nadrukkelijk. De Alliantie heeft [appellante] in de vso tegemoet willen komen door haar alsnog toestemming te verlenen voor het aanbrengen van de voorzieningen, mits zij aan bepaalde voorwaarden zou voldoen. Aan de gemaakte afspraken heeft [appellante] niet voldaan. De Alliantie heeft ter zitting nog opgemerkt dat haar standaardbeleid is dat er geen airco’s op de huurwoningen mogen worden geplaatst, behalve in specifieke uitzonderingsgevallen. Zij wilde [appellante] in eerste instantie ter wille zijn door haar, nadat ze aan de afspraken uit de vso had voldaan, toch toestemming te verlenen. Deze welwillende opstelling jegens [appellante] blijkt ook uit het feit dat De Alliantie de tenuitvoerlegging van het vonnis en de daaruit voortvloeiende dwangsommen heeft opgeschort en [appellante] nogmaals de kans heeft gegeven aan de veroordelingen te voldoen.
Ten aanzien van de gevraagde inzage in het dossier benadrukt De Alliantie dat zij op grond van de AVG niet gehouden is een afschrift van een heel dossier te verstrekken. Zij heeft [appellante] gevraagd welke informatie zij wilde hebben, maar daar is geen reactie op gekomen.
De beoordeling: [appellante] moet de voorzieningen verwijderen
3.5
Het hof neemt bij zijn beoordeling het volgende in aanmerking. Vast staat dat volgens de algemene huurvoorwaarden [appellante] aan De Alliantie toestemming had moeten vragen om airco-units en camera’s te plaatsen. Dat heeft zij niet gedaan. Vast staat ook dat de speeddomecamera in dit geval ongeoorloofd is, doordat deze meer vastlegt dan alleen het eigen perceel van [appellante] . Het zonder toestemming plaatsen van de camera’s en airco-units en de weigering van [appellante] om deze, na verzoek daartoe van De Alliantie, te verwijderen, is voor De Alliantie aanleiding geweest een kortgedingprocedure te starten. Feit is ook dat partijen afspraken hebben gemaakt in een vso, waaraan [appellante] zich niet heeft gehouden. Dat is voor De Alliantie aanleiding geweest om – onder meer – ontbinding van de vso en verwijdering van de aangebrachte voorzieningen te vorderen.
3.6
Dit verloop van de gebeurtenissen wijst op geen enkele manier op een onwelwillende houding van De Alliantie jegens [appellante] of van het specifiek dwarszitten van haar als huurder. Ook anderszins is daarvan niets gebleken. Zo heeft De Alliantie voldoende gemotiveerd toegelicht waarom zij niet is ingegaan op het verzoek van [appellante] om inzage in haar volledige dossier. Evenmin valt uit het handelen van De Alliantie af te leiden dat zij [appellante] anders heeft behandeld dan andere huurders. Sterker nog, uit de hiervoor vermelde feiten blijkt eerder dat De Alliantie [appellante] vooral ter wille heeft willen zijn. [appellante] is juist degene geweest die zich niet aan de gemaakte afspraken heeft gehouden door in strijd met de Algemene Huurvoorwaarden van tevoren geen toestemming voor het aanbrengen de voorzieningen te vragen en vervolgens ook geen gevolg te geven aan de gemaakte afspraken in de vso. Dat De Alliantie vervolgens overgaat tot het starten van een procedure, kan haar niet worden tegengeworpen. Dat sprake is van misbruik van recht, is onvoldoende onderbouwd. Het hof ziet daarom geen aanleiding voor bewijsvoering van de stelling dat Alliantie bewust [appellante] heeft aangeschreven omtrent de camera's en airco’s omdat zij [appellante] een vervelende huurder vond.
3.7
Daarbij merkt het hof nog op dat het er bij de beoordeling niet om gaat wat De Alliantie achter gesloten deuren beweerdelijk zou hebben uitgesproken, maar hoe zij zich daadwerkelijk tegenover [appellante] heeft opgesteld en zich heeft gedragen. Dus zelfs al zou een oud-medewerker kunnen verklaren dat De Alliantie haar medewerkers opdracht had gegeven om [appellante] “aan te pakken”, dan nog kan dit niet afdoen aan de vaststelling dat [appellante] in strijd met haar verplichtingen heeft gehandeld en De Alliantie zich jegens [appellante] vooral bereidwillig heeft opgesteld. Het hof zal het door [appellante] gedane bewijsaanbod daarom passeren.
De conclusie
3.8
Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet kan slagen. Omdat [appellante] in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. [1]

4.De beslissing

Het hof:
4.1
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere van 14 februari 2024;
4.2
veroordeelt [appellante] tot betaling van de volgende proceskosten van De Alliantie:
€ 798,- aan griffierecht;
€ 3.642,- aan salaris van de advocaat van De Alliantie (3 procespunten x appeltarief II);
4.3
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, M.E.L. Fikkers en O.E. Mulder, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
19 augustus 2025.

Voetnoten

1.HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.