ECLI:NL:GHARL:2025:5480

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 september 2025
Publicatiedatum
5 september 2025
Zaaknummer
21-004108-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis met wijziging strafoplegging en beslag in cybercrimezaak leadshandel

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland waarin verdachte was veroordeeld voor het verkopen en voorhanden hebben van leads, witwassen en oplichting. Verdachte voerde aan niet te hebben geweten dat de leads bestemd waren voor strafbare feiten en dat een deel van het geld afkomstig was uit een erfenis en cryptovalutahandel.

Het hof oordeelde dat verdachte wel degelijk wetenschap had van het criminele doel van de leads, mede gelet op zijn expertise in cybercrime, zijn deelname aan een Telegramgroep voor verkoop en de inhoud van de bestanden met inloggegevens en het woord 'leak'. De verklaring over de herkomst van het geld werd niet aannemelijk geacht, gezien de bewijsstukken van regelmatige verkoop en bitcoinbetalingen.

Het hof bevestigde de bewijsoverwegingen van de rechtbank, maar wijzigde de strafoplegging. Gezien de ernst van de feiten, het recidive en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde het hof een gevangenisstraf van 240 dagen op, waarvan 238 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en een taakstraf van 240 uur. Het beslag op telefoons en NFT's werd verbeurd verklaard, terwijl het identiteitsbewijs en reisdocument werden teruggegeven.

Deze strafmaat is bedoeld om verdachte te stimuleren zijn studie voort te zetten en toekomstige delicten te voorkomen. Het vonnis werd op 5 september 2025 uitgesproken door de meervoudige kamer van het hof te Zwolle.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 240 dagen gevangenisstraf waarvan 238 voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur, met verbeurdverklaring van telefoons en NFT's.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004108-24
Uitspraak d.d.: 5 september 2025
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 26 september 2024 met parketnummer 05-047549-22 (hierna: het vonnis waarvan beroep) in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 augustus 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. M.P.M. Balemans, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte bij het vonnis waarvan beroep veroordeeld ter zake van de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Verder heeft de rechtbank de in beslaggenomen telefoons, het identiteitsbewijs en het reisdocument onttrokken aan het verkeer en de verschillende rechten aan toonder verbeurdverklaard.
Ten aanzien van de straf en het beslag komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Het hof is van oordeel dat de rechtbank voor het overige grotendeels op de juiste gronden en wijze heeft beslist. Het hof ziet echter aanleiding om het vonnis van de rechtbank ten aanzien van de bewijsoverweging aan te vullen. Derhalve zal het hof het vonnis, met uitzondering van de beslissing ten aanzien van de straf en het beslag, bevestigen met aanvulling van de gronden.

Aanvulling van gronden ten aanzien van de bewijsoverweging

Feit 1 en 2
Wetenschap
Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde verklaard dat hij de persoon is geweest die het bestand met leads heeft verkocht en dat hij inderdaad de aangetroffen bestanden met leads, zoals opgesomd in de tenlastelegging, voorhanden heeft gehad, maar dat hij niet wist dat deze bestanden bestemd waren voor het plegen van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 310, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Dit maakt volgens de raadsman dat verdachte van het onder 1 en 2 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Het verkopen en het voorhanden hebben van leads is niet per definitie strafbaar. De leads die verdachte voorhanden had, zijn vrij toegankelijk op het internet en door iedereen te downloaden. Bovendien zouden deze ook gebruikt kunnen worden voor andere doeleinden, bijvoorbeeld het maken van reclame.
Het hof volgt de verdediging niet in zijn standpunt. Hoewel het voorhanden hebben en het verkopen van leads niet per definitie strafbaar is, maken de omstandigheden waaronder, en met name de intentie waarmee, verdachte de leads in onderhavige zaak voorhanden heeft gehad en verkocht, zijn handelen wel strafbaar. Verdachtes verklaring inhoudende dat hij er geen wetenschap van had dat de desbetreffende bestanden bestemd waren voor het plegen van frauduleuze delicten acht het hof, in het licht van het gehele dossier en in lijn met hetgeen de rechtbank hieromtrent heeft overwogen, niet aannemelijk. In aanvulling op de overwegingen van de rechtbank wijst het hof er in dit kader uitdrukkelijk op dat verdachte iemand is die, mede vanwege zijn studie en delictverleden, deskundigheid heeft op het gebied van cyber crime en -security. Bovendien was hij actief in de Telegramgroep met de naam “ [accountnaam] ” waarin naar zijn Telegramaccount werd verwezen voor de verkoop van leads. Verder bevatten enkele van de bij verdachte aangetroffen bestanden ook inloggegevens (waaronder ook wachtwoorden), waarvan verdachte, die ter terechtzitting heeft aangegeven dat hij dit heeft gezien toen hij enkele bestanden heeft geopend, op de hoogte moet zijn geweest. Van dergelijke (inlog)gegevens is algemeen bekend dat personen deze graag geheim houden en niet zomaar (vrijwillig) zouden delen met anderen. Sommige van de aangetroffen bestanden hadden bovendien het woord “leak” in de bestandsnaam waarmee zij opgeslagen waren op verdachtes harde schijf. Ook hiervan moet verdachte op de hoogte zijn geweest. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte wist dat de bestanden bedoeld in het onder 1 en 2 ten laste gelegde bestemd waren tot het plegen van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 310, 311 en 326 Sr. De omstandigheid dat verdachte heeft aangegeven dat hij gegevens verkocht zonder IBAN-nummers, maakt het voorgaande niet anders.
Feit 3
In aanvulling op zijn verklaring in eerste aanleg heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij niet veel leads heeft verkocht en dat de herkomst van het geldbedrag, zoals ten laste gelegd onder 3, daarom niet volledig uit de verkoop van leads komt. Het zouden met name verdiensten zijn uit zijn handelen in cryptovaluta met geld dat hij heeft ontvangen uit een erfenis. Los van het gegeven dat verdachte voor het eerst pas in hoger beroep met een dergelijke verklaring omtrent de herkomst van het geld komt, merkt het hof op dat verdachte zijn stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd of verifieerbaar heeft gemaakt. Bovendien blijkt uit het dossier dat hij, in tegenstelling tot zijn verklaring in hoger beroep, regelmatig leads verkocht en zich daarvoor in bitcoin liet uitbetalen. Dit volgt onder meer uit de geldstromen van en naar het bitcoinadres van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] en de gesprekken via Telegram tussen hen beiden waarin regelmatig en intensief gesproken werd over het verkopen van leads en het verdelen van de opbrengst daaruit. Voor het overige biedt het dossier ook geen aanknopingspunten voor de stelling dat (een deel van de) bitcoins een legale herkomst zouden hebben. Het hof is daarom, net als de rechtbank, van oordeel dat hetgeen verdachte onder 3 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft hierbij in het bijzonder het navolgende in ogenschouw genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verkopen van 5.000 leads (persoonsgegevens), het voorhanden hebben van een aanzienlijke hoeveelheid leads, het maken van een gewoonte van witwassen en aan oplichting. Door de oplichting heeft verdachte voor financiële schade gezorgd bij de benadeelden en daarmee een inbreuk gemaakt op hun eigendomsrecht. Door het verkopen van de leads heeft verdachte anderen in staat gesteld kennis te nemen van gevoelige persoonsgegevens die niet voor hen waren bestemd en waarmee zij strafbare feiten konden plegen. Aan de hand van dergelijke leads kunnen cybercriminelen op grote schaal potentiële slachtoffers benaderen en hen door middel van diverse oplichtingsmethoden geld afhandig maken. Dergelijke strafbare feiten zorgen voor financiële schade op grote schaal en schaden het vertrouwen in het internetverkeer. Verdachte heeft door het verkopen van de 5.000 leads, het voorhanden hebben van een aanzienlijke hoeveelheid leads en het regelmatig witwassen van de opbrengsten uit de verkoop van leads bijgedragen aan het ontstaan van voornoemde (maatschappelijke) schade. Dat bij feit 1 sprake was van pseudokoop maakt dit niet anders. Door het witwassen van de opbrengsten uit de leadshandel heeft verdachte bovendien de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast en eraan bijgedragen dat het plegen van delicten loont, omdat zonder het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn. Voor zijn handelen en de gevolgen daarvan voor anderen en de maatschappij heeft verdachte in hoger beroep slechts in beperkte mate verantwoordelijkheid genomen.
Het hof weegt bij de strafoplegging mee het uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 juli 2025 van verdachte, waaruit blijkt dat deze eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten. Op grond van dit uittreksel stelt het hof tevens vast dat artikel 22b en 63 Sr van toepassing zijn.
Het hof heeft eveneens acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft hij verklaard dat het goed met hem gaat. Hij zit momenteel in het laatste jaar van zijn HBO-studie op het gebied van cyber security en de studie gaat hem goed af. Verdachte heeft een stageplaats gevonden waar zij hem, ondanks zijn strafblad, een kans wilden bieden. Als hij zijn HBO-diploma heeft gehaald, wil hij mogelijk nog verder gaan studeren. Momenteel woont verdachte bij zijn moeder.
Gelet op het hiervoor overwogene acht het hof passend en geboden de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen, waarvan 238 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft gebracht. Daarnaast zal het hof aan verdachte een taakstraf van 240 uren opleggen, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 120 dagen hechtenis. Op deze manier wil het hof er zorg voor dragen dat de voortgang die verdachte in zijn leven en met zijn studie heeft geboekt niet door een (langdurige) onvoorwaardelijke gevangenisstraf teniet zal worden gedaan. Tegelijkertijd zal de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf als stok achter de deur dienen om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

Beslag

Verbeurdverklaring
Het hof is van oordeel dat de in beslag genomen
- telefoon (PL0600-2021359015-G2708045, wit, merk: Samsung Galaxy);
- telefoon (PL0600-2021359015-G2708047, blauw, merk: Samsung);
- telefoon (PL0600-2021359015-G2708057, blauw, merk: Samsung);
- rechten aan toonder NFT (PL0600-2021359015-2713752, cryptocurrency, 8sian);
- rechten aan toonder NFT (PL0600-2021359015-271375,3 Nft “nfthud member #201# 17-03-2022, 16:31 uur, Nft hud Member);
- rechten aan toonder NFT (PL0600-202139015-2713754, Nft #8sian #4277#, 17-03-2022, 16:32 uur, 8sian);
- rechten aan toonder NFT (PL06002021359015-2713751, 740321.176742714 sfm stuks op 17-03- 2022 te 16:24u);
- rechten aan toonder i.b.g. 17-03-2022 (PL0600-2021359015-2713755, 0.47899240567754993 eth 17-03-2022 vanaf 16:18 uur, Eth)
verbeurd verklaard dienen te worden nu het voorwerpen zijn die aan de verdachte toebehoren en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de strafbare feiten zijn verkregen, dan wel het voorwerpen zijn met behulp van welke de bewezenverklaarde feiten zijn begaan.
Teruggave aan rechthebbende(n)
Verder is het hof van oordeel dat de overige in beslag genomen voorwerpen, te weten het identiteitsbewijs (PL0600-2021359015-G2708052, op naam van [naam] , blauw) en reisdocument (PL0600-2021359015-G2708055, ov-jaarkaart, blauw), teruggegeven dienen te worden aan de redelijkerwijs als rechthebbende(n) aan te merken personen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 57, 63, 234, 326 en 420ter Sr.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
vernietigthet vonnis waarvan beroep ten aanzien van strafbeslissing en de beslissing op het beslag en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeeltde verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) dagen.
Bepaaltdat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
238 (tweehonderdachtendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveeltdat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeeltde verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- telefoon (PL0600-2021359015-G2708045, wit, merk: Samsung Galaxy);
- telefoon (PL0600-2021359015-G2708047, blauw, merk: Samsung);
- telefoon (PL0600-2021359015-G2708057, blauw, merk: Samsung);
- rechten aan toonder NFT (PL0600-2021359015-2713752 cryptocurrency, 8sian);
- rechten aan toonder NFT (PL0600-2021359015-2713753 Nft ¿nfthud member #201# 17-03-2022 16:31 uur, Nft hud Member);
- rechten aan toonder NFT (PL0600-202139015-2713754 Nft #8sian #4277# 17-03-2022 16:32 uur, 8sian);
- rechten aan toonder NFT (PL06002021359015-2713751 740321.176742714 sfm stuks op 17-03- 2022 te 16:24u);
- rechten aan toonder i.b.g. 17-03-2022 (PL0600-2021359015-2713755 0.47899240567754993 eth 17-03-2022 vanaf 16:18 uur, Eth).
Gelastde
teruggaveaan rechthebbende(n) van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- identiteitsbewijs (PL0600-2021359015-G2708052 op naam van [naam] , blauw);
- reisdocument (PL0600-2021359015-G2708055 ov-jaarkaart, blauw).
Bevestigthet vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door
mr. T.H. Bosma, voorzitter,
mr. M.C. van Linde en mr. I. Augusteijn, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.C. Bita, griffier,
en op 5 september 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.