Uitspraak
[appellante],
[geïntimeerde],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- het anticipatie-exploot van [geïntimeerde]
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellante vorderde een vergoeding van geïntimeerde voor het gebruik van het pand, inventaris, voorraad en commissie over de periode 25 maart 2019 tot 22 oktober 2019 na de overname van de exploitatie van horecagelegenheid De Zeester.
De rechtbank wees de vordering af, en ook het hof oordeelde dat de ontruimingsaanzegging door geïntimeerde niet onrechtmatig was. Appellante had de exploitatie moeten beëindigen en het pand ontruimen conform een vaststellingsovereenkomst en rechterlijke vonnissen.
Verder stelde het hof dat zelfs indien geïntimeerde voordeel had gehad van achtergelaten goederen, dit niet leidde tot ongerechtvaardigde verrijking omdat appellante verantwoordelijk was voor tijdige ontruiming. Ook de vordering tot commissie voor hotelboekingen faalde omdat afspraken hierover ontbraken en appellante zelf boekingen bleef accepteren.
Het bewijsaanbod van appellante werd gepasseerd omdat het niet tot een ander oordeel kon leiden. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vordering tot vergoeding wordt niet toegewezen.