Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:5593

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
200.346.721/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 87 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake economisch eigendom en ongerechtvaardigde verrijking hangar voormalige vliegbasis Twente

Avimat Coating B.V. vordert in hoger beroep dat het gerechtshof oordeelt dat zij economisch eigenaar is van een hangar op de voormalige militaire vliegbasis Twente. Het samenwerkingsverband van provincie en gemeente, gedaagde, heeft het terrein waarop de hangar staat verkocht aan een particulier in het kader van gebiedsontwikkeling. Avimat stelt dat deze transactie heeft geleid tot ongerechtvaardigde verrijking van gedaagde ten nadele van haar.

De procedure bij het hof omvat onder meer de dagvaarding in hoger beroep, memorie van grieven met wijziging van de grondslag van de eis, en memorie van antwoord met incidenteel appel. Het hof verwijst naar het vonnis van de kantonrechter van 21 maart 2023 voor de eerdere procedure.

Het hof heeft besloten een enkelvoudige mondelinge behandeling te gelasten, waarbij partijen en hun advocaten hun standpunten mogen toelichten. De mondelinge behandeling zal plaatsvinden op 5 november 2025 te Leeuwarden. Alle verdere beslissingen worden aangehouden totdat deze behandeling heeft plaatsgevonden.

Uitkomst: Het gerechtshof bepaalt een mondelinge behandeling en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.346.721/01
(zaaknummer rechtbank Overijssel 10079338)
arrest van 2 september 2025
in de zaak van
Avimat Coating B.V.,
die is gevestigd in Genemuiden,
appellante,
bij de rechtbank: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna:
Avimat,
advocaat: mr. J.J. Douwes, die kantoor houdt te Arnhem,
tegen
[geïntimeerde],
die woont in [woonplaats1] ,
geïntimeerde,
bij de rechtbank: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,
hierna:
[geïntimeerde],
advocaat: mr. J. Smit, die kantoor houdt te Zwolle.

1.De procedure bij de rechtbank

Voor het verloop van de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 21 maart 2023 dat de kantonrechter van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft gewezen.

2.De procedure bij het hof

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 2 januari 2024,
- de memorie van grieven tevens wijziging / aanvulling grondslag eis in hoger beroep (met producties) d.d. 18 februari 2025,
- de memorie van antwoord tevens voorwaardelijk incidenteel appel d.d. 29 april 2025 (met producties),
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep d.d. 8 juli 2025.
2.2
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.

3.De beoordeling in hoger beroep

3.1
Het hof zal een enkelvoudige mondelinge behandeling door een aan te wijzen raadsheer-commissaris bepalen als bedoeld in artikel 87 Rv Pro.
3.2
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
bepaalt een mondelinge behandeling, waarbij partijen (in persoon of vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en die tot het geven van inlichtingen in staat is en bevoegd is om een schikking aan te gaan) samen met hun advocaten zullen verschijnen voor een nog aan te wijzen raadsheer-commissaris, voor het hierboven omschreven doel;
bepaalt dat de mondelinge behandeling fysiek zal worden gehouden
op 5 november 2025
te 10.00 uurin het paleis van justitie aan het Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden;
bepaalt dat
appellant uiterlijk op 9 september 2025 het volledige procesdossierin enkelvoudaan het hof dient te sturen;
bepaalt dat de advocaten bij de mondelinge behandeling ieder gedurende maximaal tien minuten het standpunt van partijen mogen toelichten;
bepaalt dat als een partij bij de mondelinge behandeling nog processtukken of andere stukken wil inbrengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij
uiterlijk 10 kalenderdagenvoor de mondelinge behandeling een kopie van deze stukken hebben ontvangen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en M. Willemse en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
2 september 2025.