ECLI:NL:GHARL:2025:5659

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 september 2025
Publicatiedatum
15 september 2025
Zaaknummer
Wahv 200.353.414/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 59 RVV 1990Art. 1 lid 8 juncto lid 1 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor vervoer passagier jonger dan 12 jaar zonder kinderbeveiligingssysteem

In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen een sanctie opgelegd wegens het vervoeren van een passagier jonger dan 12 jaar en korter dan 1,35 meter zonder gebruik te maken van een kinderbeveiligingssysteem. De passagier was ongeveer een jaar oud en zat in een Maxi-Cosi, wat volgens het hof impliceert dat de lengte minder dan 1,35 meter was.

De betrokkene voerde in hoger beroep aan dat er geen informatie over de lengte van de passagier was en dat de gedraging daarmee niet kon worden vastgesteld. Het hof oordeelde echter dat het aannemelijk was dat het kind korter was dan 1,35 meter, mede gelet op de verklaring van de ambtenaren en het feit dat het kind in een Maxi-Cosi zat.

De kantonrechter had de boete gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, en het hof bevestigde deze beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het arrest werd gewezen door rechter Wijma en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de gematigde boete van € 112,50 voor het vervoeren van een passagier jonger dan 12 jaar zonder kinderbeveiligingssysteem.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.353.414/01
CJIB-nummer
: 245790559
Uitspraak d.d.
: 15 september 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 21 maart 2025, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 112,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “passagier jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren zonder gebruik kinderbeveiligingssysteem”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 november 2021 om 10.23 uur op de locatie De Noord in Dronten met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie met 25 procent gematigd tot € 112,50, omdat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Uit de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring van de ambtenaar blijkt niet de cumulatieve voorwaarde dat de passagier korter is dan 1,35 meter. Slechts blijkt dat de passagier jonger is dan 12 jaar. De gedraging kan niet worden vastgesteld, nu de informatie over de lengte van de passagier ontbreekt.
4. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 59, lid 8 juncto lid 1, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In artikel 59, leden 1 en 8, van het RVV 1990 is - voor zover relevant - bepaald:
“1. (…) Passagiers die jonger zijn dan 18 jaar en met een lengte van minder dan 1,35 meter, maken gebruik van een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem (…). (…)
8. Het is bestuurders van de in het eerste lid genoemde voertuigen verboden passagiers jonger dan 12 jaar (…) te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven.”
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Wij, verbalisanten, zagen dat be (het hof leest: betrokkene) zijn dochtertje van ongeveer een jaar oud op schoot had voorin het voertuig. Vervolgens zagen we dat dochtertje snel achterin werd gezet in een maxicosi zonder gordel. (…)
Aan betrokkene is de cautie verleend. (…)
Betrokkene gaf geen verklaring.”
6. Niet wordt betwist dat door de betrokkene als bestuurder van het voertuig geen gebruik is gemaakt van een geschikt kinderbeveiligingssysteem bij het vervoeren van een passagier. Op grond van artikel 59, achtste lid, van het RVV 1990 is het verboden om passagiers jonger dan 12 jaar te vervoeren op een andere wijze dan in dat artikel is voorgeschreven. Uit het zaakoverzicht volgt dat er sprake was van een passagier van ongeveer een jaar oud. Passagiers die jonger zijn dan 18 jaar en met een lengte minder dan 1,35 meter moeten volgens artikel 59, eerste lid, van het RVV 1990 gebruikmaken van een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem. Hoewel evenmin wordt betwist dat de passagier ten tijde van de gedraging ongeveer een jaar oud was, en dus jonger dan 18 jaar was, alsmede vervolgens snel in een maxicosi werd gezet, poneert de gemachtigde in hoger beroep voor het eerst de stelling dat informatie over de lengte van de passagier ontbreekt, terwijl de gemachtigde niet aangeeft wat de lengte van de passagier ten tijde van de gedraging was. Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat de passagier, een kind van ongeveer een jaar oud dat past in een maxicosi, langer is dan 1,35 meter. Op grond van de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring van de ambtenaren kan worden vastgesteld dat de passagier ten tijde van de gedraging een lengte had van minder dan 1,35 meter zoals artikel 59, eerste lid, van het RVV 1990 eist. Gelet hierop kan de gedraging worden vastgesteld. De aangevoerde grond slaagt niet.
7. Het hof zal, gezien het voorgaande, de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Gegeven deze beslissing zal het hof het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.