In deze zaak is het hof Arnhem-Leeuwarden gevraagd om in hoger beroep te beslissen over het verzoek tot opheffing van het bewind over de goederen van verzoeker, ingesteld in 2015 vanwege diens lichamelijke en geestelijke toestand.
De kantonrechter had het verzoek tot opheffing in eerste aanleg afgewezen maar gaf aan de bewindvoerder te willen ontslaan, mits een opvolger beschikbaar zou zijn. Verzoeker kwam met twee grieven in hoger beroep en verzocht het bewind alsnog op te heffen.
Het hof overweegt dat sinds het instellen van het bewind tien jaar zijn verstreken en dat de situatie van verzoeker sterk is verbeterd. Hij woont zelfstandig, neemt zijn medicatie trouw in en beheert zijn financiën al ruim twee jaar zelf zonder hulp nodig te hebben. De financiële situatie is stabiel en overzichtelijk, met een uitkering en automatische incasso’s. Verzoeker heeft geen schulden en spaart zelfs voor een gezinsvakantie.
Gezien deze omstandigheden is het hof van oordeel dat de noodzaak van het bewind is komen te vervallen. Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze het bewind in stand liet en heft het bewind op met ingang van 1 oktober 2025. Dit besluit is uitvoerbaar bij voorraad.