De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd wegens 20 km/u te hard rijden op de A28 buiten de bebouwde kom. De betrokkene tekende beroep aan tegen de sanctie en stelde dat de snelheidsmeting onjuist was vanwege een vermeende onjuiste meetafstand.
De kantonrechter wees het beroep af en het hof bevestigt deze beslissing. Het hof stelt dat de gebruikte mobiele trajectmeting werkt op basis van tijd en afstand tussen referentiepunten, waarbij de tussenafstand tussen voertuigen niet relevant is voor de snelheid.
De meting is bovendien in het voordeel van het doelvoertuig uitgevoerd, waardoor de gemeten snelheid ten minste gelijk is aan de werkelijke snelheid. De argumenten van de betrokkene leiden niet tot twijfel aan de juistheid van de meting.
Het hof wijst ook het verzoek om proceskostenvergoeding af en bevestigt daarmee de beslissing van de kantonrechter.