ECLI:NL:GHARL:2025:5773
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter Wahv niet-ontvankelijk verklaard
Betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter over een sanctie onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie ambtshalve gematigd tot €93,37, een bedrag onder de drempel van €110 die hoger beroep mogelijk maakt.
Betrokkene voerde aan dat hem door deze matiging onterecht de mogelijkheid tot hoger beroep werd ontnomen, mede omdat hij bezwaar maakte tegen een vordering van €1442 wegens niet tijdig beslissen op zijn administratief beroep. Tevens stelde hij dat zijn afwezigheid op de zitting onterecht was en dat het appelverbod buiten toepassing moest worden gelaten in verband met zijn recht op toegang tot de rechter.
Het hof oordeelde dat de wettelijke regeling in artikel 14 Wahv Pro duidelijk is: hoger beroep staat alleen open bij sancties boven €110 of bij niet-ontvankelijkverklaring wegens niet gestelde zekerheid. De ambtshalve matiging van de sanctie verandert hier niets aan. Het verzoek tot aanhouding van de zitting wegens verblijf in het buitenland was afgewezen, maar het hof vond geen reden om het appelverbod buiten toepassing te laten, ook niet op grond van artikel 6 EVRM Pro.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en kon het de bezwaren tegen de dwangsom niet inhoudelijk beoordelen.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege het appelverbod bij een sanctie onder €110.