Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
Vorderingen tot tenuitvoerlegging
BESLISSING
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland is verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van inbraak in een woning te [plaats] in augustus 2019. Het hof oordeelde dat op basis van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de inbraak heeft gepleegd.
Het bewijs bestond uit forensisch onderzoek waarbij DNA-sporen via handschoenen werden aangetroffen, schoenafdrukken met een blokjesprofiel en telefoonverkeersgegevens. Verdachte ontkende de inbraak en stelde dat een ander zijn handschoenen gebruikte tijdens een taakstraf. Het hof achtte dit scenario niet onaannemelijk en vond dat het bewijs onvoldoende was om verdachte aan te wijzen als dader.
De vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen werden afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van de inbraak.