Uitspraak
1.De procedure bij de rechtbank
2.De procedure bij het hof
- de op 8 augustus 2025 door mr. Smit ingediende aanvullende stukken;
- de op 18 september 2025 door mr. Smit ingediende aanvullende stukken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van een vrouw die verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank had dit verzoek afgewezen omdat zij niet te goeder trouw was bij het ontstaan van haar schulden en sprake was van onverantwoord ondernemerschap.
De vrouw was sinds 2019 ondernemer in de verkoop van shea butter, maar had geen ondernemingsplan of ervaring. Haar schulden liepen al vanaf 2020 op door hoge kosten en investeringen terwijl de omzet onvoldoende was. Zij erkende zelf onvoldoende inzicht te hebben gehad in haar financiële situatie. Momenteel werkt zij beperkt in loondienst en heeft gezondheidsproblemen.
Het hof oordeelt dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar schulden te goeder trouw zijn ontstaan en dat zij niet voldoende inzicht toont in het creëren van een stabiele financiële situatie. Haar inkomsten zijn onzeker en niet goed onderbouwd. Het beroep op de hardheidsclausule en verlenging van de wsnp-termijn worden afgewezen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.