Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek tot schorsing van een zorgregeling tussen een vader en zijn twee minderjarige kinderen, waarbij het hof de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland beoordeelt.
De ouders delen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen die sinds het uiteengaan van de ouders bij de moeder in Nederland wonen, terwijl de vader in Frankrijk verblijft. De rechtbank had eerder een zorgregeling vastgesteld die de omgang tussen vader en kinderen regelt, welke uitvoerbaar bij voorraad was verklaard.
De moeder verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid van deze regeling zolang het hoger beroep loopt. Het hof oordeelt dat de zorgregeling voor de oudste minderjarige geschorst wordt omdat uitvoering ernstig nadeel voor haar emotionele welzijn en geestelijke ontwikkeling kan opleveren, mede vanwege haar schooluitval, hoogbegaafdheid en lopende diagnostische onderzoeken.
Voor de jongste minderjarige wordt de zorgregeling niet geschorst omdat zij openstaat voor contact met de vader en continuïteit in de omgang als belangrijk wordt gezien. De gecertificeerde instelling wordt opgedragen te zoeken naar een passende opbouw van het contact voor de oudste minderjarige.
Het hof wijst het verzoek tot schorsing voor de jongste minderjarige af en schorst de zorgregeling voor de oudste totdat in de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De zorgregeling voor de oudste minderjarige wordt geschorst, voor de jongste minderjarige blijft deze van kracht.