ECLI:NL:GHARL:2025:6091

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 oktober 2025
Publicatiedatum
6 oktober 2025
Zaaknummer
Wahv 200.351.978/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 12 WahvArt. 14 WahvArt. 6:17 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens appelverbod bij bestuursstrafrechtelijke beslissing

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een bestuursstrafrechtelijke sanctie op grond van de Wahv. De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

De betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat geen oproeping voor de zitting was ontvangen, waardoor het appelverbod buiten toepassing zou moeten worden gelaten. Het hof stelde vast dat de gemachtigde wel degelijk een oproeping had ontvangen, wat de betwisting van de betrokkene niet geloofwaardig maakte.

Het hof oordeelde dat de uitnodiging aan de gemachtigde voldoende was om te voldoen aan het recht op hoor en wederhoor en dat het appelverbod derhalve van toepassing bleef. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het appelverbod in de Wahv.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.351.978/01
CJIB-nummer
: 256205885
Uitspraak d.d.
: 6 oktober 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank OostBrabant van 11 februari 2025, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats]
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.
2. Van geen van deze situaties is hier sprake. De administratieve sanctie bedraagt € 110,- en de kantonrechter heeft het beroep ongegrond verklaard.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat zich bij de door de rechtbank aan het hof doorgestuurde stukken geen oproeping voor een zitting van de kantonrechter bevindt en de betrokkene heeft deze ook niet ontvangen. De betrokkene is van oordeel dat van een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak geen sprake is geweest. Daarom moet het appelverbod buiten toepassing worden gelaten. In reactie op het verweerschrift van de advocaat-generaal voert de gemachtigde nog aan dat waar is aangevoerd dat de betrokkene geen oproeping voor de zitting heeft ontvangen moet worden gelezen dat zowel de betrokkene als gemachtigde geen oproeping voor de zitting hebben ontvangen.
4. In artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6402).
5. Het hof stelt vast dat de stukken van het geding een aan de gemachtigde gerichte oproep bevat d.d. 6 januari 2025 voor de zitting van de kantonrechter van 11 februari 2025 om 11.20 uur. De stelling dat zich geen oproeping voor een zitting bij de stukken bevindt, mist feitelijke grondslag. De ontvangst hiervan is door de gemachtigde in het hoger beroepschrift niet betwist.
6. Nadat de advocaat-generaal in het verweerschrift naar voren heeft gebracht dat zich in het dossier een aan de gemachtigde geadresseerde oproeping bevindt en daardoor geen sprake is van schending van het beginsel van hoor en wederhoor, heeft de gemachtigde aangegeven dat het verweer zo moet worden gelezen dat zowel de gemachtigde als de betrokkene geen oproeping voor de zitting hebben ontvangen. Het hof acht deze (enkele) stelling niet geloofwaardig en zal om die reden hieraan voorbijgaan. Het hof betrekt daarbij dat van de gemachtigde, als professioneel rechtsbijstandverlener, mag worden verwacht dat hij zich adequaat uitdrukt en de betekenis kent van de door hem gehanteerde terminologie.
7. Het hof is van oordeel dat met de uitnodiging van de gemachtigde is voldaan aan de uit artikel 12, eerste lid, van de Wahv voortvloeiende verplichting om de betrokkene in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze op een openbare zitting toe te lichten. De gemachtigde dient, gelet op artikel 6:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, de betrokkene op de hoogte te stellen van deze uitnodiging. Deze klacht faalt derhalve, zodat dit niet leidt tot het buiten toepassing laten van het appelverbod.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.